René leest voor

Spinnetje

Ik staar wat voor me uit. Tussen twee werktaken op een drukke dag waarop alles superbelangrijk is en dus eigenlijk niets. Ik zit vol weethetniet deze dagen. Ik heb al heel lang weethetniet. Soms denk ik dat ik al heel mijn leven weethetniet heb, maar er moeten dagen zijn dat ik geen weethetniet had.
Er schimt iets. Ik denk even dat het symbolisch is, maar zo’n verhaal ben ik nu niet aan het schrijven. Dus zet ik mijn bril af en kijk naar de glazen. Op het glas zit een babyspinnetje. Ik was net buiten gaan roken. Terwijl ik daar stond te weethetnieten zal de babyspin aan een draadje tegen me aan gezweefd zijn. Het spinnetje stapt parmantig rond. Mijn bril is nu zijn bril. Maar zo gaat dat zomaar niet, spinnetje, brom ik zachtjes. Ik blaas de spin van mijn bril en probeer me terug op mijn superbelangrijke werk te richten.
Even later schimt er weer iets. De spin klautert terug aan zijn veiligheidsdraad naar mijn brilleglas. Het is zijn glas, immers. Ik voel bewondering voor zijn volhardende strijd. Iets zachter blaas ik opnieuw. De spin zakt wat omlaag maar klimt meteen weer omhoog. Mijn brilleglas is zijn nieuwe thuis. Lees meer

Collacha’s

Ook bij dit bedrijf zijn ze er. De collacha’s. Die medewerkers die iedereen in gezelligheid bijeen brengen. Waar je al je professionele taken voor moet laten vallen omdat we nú even gezellig gaan doen. Van die typische bijeenkomsten waar iedereen een beetje bedremmeld bij staat omdat je nu eenmaal geen sfeer op afroep kunt scheppen.
Ze komen steeds met gezellige initiatieven, de collacha’s. Dan weer een borrel waar iedereen een bepaalde kleur trui aan moet hebben. Dan weer hapjes in allerlei kleuren van de regenboog. Iedereen moet mee doen want het zijn belangrijke ideeën die de collacha’s bedenken. Als nieuwe medewerker weet ik steeds te laat van de initiatieven. Dat vind ik niet enorm erg. Ik ben niet zo van het meedoen. De collacha’s verzekeren me dat er nog veel leuke dingen gaan komen waar ik aan mee kan doen. Lees meer

De stille luidernis

Met mijn nagel kras ik over de laag. Hij is nog altijd hard. Ik wacht nog even en staar in de ogen van de man aan de andere zijde. Koud staart hij terug.
Hoe lang geleden heeft hij mij hier gevangen ? Ik ben gekmakend gewend geraakt aan mijn gevangenis. En altijd die kille staar aan de andere zijde. Zodra ik zelf kijk. Staart hij terug. Hoe weet hij het steeds ? Moet hij nooit eens naar de wc ? Op bezoek bij zijn moeder ? De was doen ? Lees meer

Snack

De Poes en ik hebben een spelletje. Eigenlijk is het meer een soort afspraak. Ik kijk haar regelmatig eens diep in de ogen en vraag dan: Poes, welke dag is het vandaag ? Haar pupillen verwijden en haar staart gaat in milde verwachting omhoog. Ik zeg vervolgens: Is het vandaag… en vervolgens de dag van de week op een vragende manier. Al negen jaar spelen we dit spelletje. Noem ik een andere dag dan dinsdag of vrijdag dan zakt haar staart teleurgesteld. Ik weet het, het is een beetje gemeen. Maar mijn Poes kent hierdoor wel de dagen van de week. Kent jouw kat ze ? Dat bedoel ik.
Lees meer

Kaarter

Pfoe, wanneer het begonnen is. Dat zal al een goede tien jaar geleden zijn. Wellicht langer. Ik schrijf dit dus ik mag het ook verzinnen, maar eerlijk gezegd weet ik het ook niet. Ze begonnen me gewoon ineens op te vallen. Speelkaarten. Gewoon, zomaar, op straat. En dan niet een heel deck dus hè, maar gewoon één losse speelkaart, helemaal uit context, zomaar, midden op het trottoir. Dat je denkt, huh. Of je denkt er even niets bij en loopt meerdere keren er langs, naar de supermarkt, terug, naar het café, en de kaart begint op te vallen. Op zo’n manier moet het begonnen zijn. Dat je er opeens tóch op gaat letten. En dan zie je ze ineens overal.

Nee, niet overal. Dat doet het klinken alsof ik geen straat in kon lopen, geen deur open kon doen, dat ik omsingeld was door massa’s speelkaarten. Welnee. Van die onverhoopte momenten. Eens in de zoveel weken of zo. Maar wel ongeacht welke wijk, welke stad, welk land zelfs. Ik kom ze tegen. Op een bepaald moment begon ik ze mee te pakken in mijn jaszak. Zomaar. Een vriend zag dat ik een zak vol speelkaarten had en vroeg waarom. Ik haalde mijn schouders op en antwoordde naar waarheid, gevonden. Hij vond het razend interessant en wist me te vertellen dat speelkaarten spirituele betekenissen hebben. Of ik die ook opzocht wellicht. Ik wist van niets. Onderweg naar huis liet ik de kaarten weer vrij. In allerlei straten. Het was een lange wandeling. Ik vond het te ingewikkeld worden.
Lees meer

Verlopen

Alles hier is verlopen. Dat verwoord ik verkeerd. Al het eten in mijn kasten dat ik expres kocht voor de lange houdbaarheid, blijkt verlopen te zijn. En niet weinig verlopen ook. De helft van de just-add-waters die ik achteruit de kast pluk was al verlopen voor jij besloot dat wij weer jij en ik zouden worden. Lusteloos gooi ik het meeste eten weg. De kindjes in Afrika hebben waarschijnlijk toch geen water om te just-adden.
Lees meer

Kip

“Zo,” blaast de bevriende acteur zijn sigarettenrook, “ik heb mijn goede daad voor vandaag weer gedaan. Heb zojuist iemand een kip gegeven.”
Ik, grappig bedoeld: “Een levende zeker ?” Maar de acteur knikt nog ja ook. Hola, wat ?
“Een levende kip, ja. Ik was daarmee aan het fietsen, en mensen zagen de kip en vonden hem schattig en wilden hem hebben. Dus heb ik hen de kip gegeven.”
Eigenlijk waren mijn terrasgezelschap en ik net middenin een volledig ander gesprek maar dit verhaal is nu al verwonderlijk genoeg dat we het gesprek direct vergeten zijn. Maar dan mag de acteur toch ook eerst even uitleggen waarom hij met een kip aan het fietsen was. “Ik heb die kip net een week gehad, maar dat kakt zoveel he, dat ging gewoon niet meer in mijn kleine tuintje. En dat staat zo steeds bij de trap te wachten tot ze naar binnen mag en wil de hele tijd bij mij zijn. Het zijn sociale beestjes he. Een kip alleen, dat gaat in feite niet.”
Oke, maar het is ons nog altijd niet helder: hoezo had hij een kip dan ? Lees meer