Kaarter

Verhaal door René van DensenPfoe, wanneer het begonnen is. Dat zal al een goede tien jaar geleden zijn. Wellicht langer. Ik schrijf dit dus ik mag het ook verzinnen, maar eerlijk gezegd weet ik het ook niet. Ze begonnen me gewoon ineens op te vallen. Speelkaarten. Gewoon, zomaar, op straat. En dan niet een heel deck dus hè, maar gewoon één losse speelkaart, helemaal uit context, zomaar, midden op het trottoir. Dat je denkt, huh. Of je denkt er even niets bij en loopt meerdere keren er langs, naar de supermarkt, terug, naar het café, en de kaart begint op te vallen. Op zo’n manier moet het begonnen zijn. Dat je er opeens tóch op gaat letten. En dan zie je ze ineens overal.

Nee, niet overal. Dat doet het klinken alsof ik geen straat in kon lopen, geen deur open kon doen, dat ik omsingeld was door massa’s speelkaarten. Welnee. Van die onverhoopte momenten. Eens in de zoveel weken of zo. Maar wel ongeacht welke wijk, welke stad, welk land zelfs. Ik kom ze tegen. Op een bepaald moment begon ik ze mee te pakken in mijn jaszak. Zomaar. Een vriend zag dat ik een zak vol speelkaarten had en vroeg waarom. Ik haalde mijn schouders op en antwoordde naar waarheid, gevonden. Hij vond het razend interessant en wist me te vertellen dat speelkaarten spirituele betekenissen hebben. Of ik die ook opzocht wellicht. Ik wist van niets. Onderweg naar huis liet ik de kaarten weer vrij. In allerlei straten. Het was een lange wandeling. Ik vond het te ingewikkeld worden.

Maar toen bleven er toch weer kaarten op mijn pad komen. Ik begon er dan maar foto’s van te maken. De kaart zelf gewoon achterlaten, maar eventjes klik flits, gevangen. Thuis ging ik me in de betekenissen verdiepen. Het was net zoiets als de horoscoop. Soms sloeg het ergens op. Soms niet. Achteraf kon het alsnog wel eens op iets lijken te slaan. Maar de betekenissen zijn vaag en je kunt in alles wel wat lezen. Desalniettemin. Ik begon kaarten op mijn pad te vinden steeds als ik met lastige vragen in mijn hoofd en hart zat. Alsof het universum mij, ha ha, een kaartje stuurde.

En zo belandde ik enkele dagen geleden in het plaatsje waar mijn achternaam vandaan komt. Ik ben nooit in het plaatsje waar mijn achternaam vandaan komt. Niemand met mijn achternaam komt ooit in het plaatsje waar mijn achternaam vandaan komt. Maar ik moest er zijn voor een baan. Dus was ik in het plaatsje waar mijn achternaam vandaan komt. Ik was te vroeg. Dus slenterde ik wat rond en staarde naar etalages. Hoe klein het plaatsje ook is waar mijn achternaam vandaan komt, er zijn zowaar etalages.

Verbijsterd keek ik naar de gigantische speelkaarten in de etalage. En links ervan, een hele kaartenregen aan touwtjes. Kaarten staken uit alle producten. Ze lagen op de grond gestrooid. Ik nam een fotootje en verwonderde me. Liep verder. Volgende etalage. Ook honderden kaarten, op een opvallende manier gearrangeerd. En nog een etalage. En nog meer. Er waren tientallen etalages bomvol speelkaarten in het plaatsje waar mijn achternaam vandaan komt.

Blijkbaar, zo vertelde een promotiekaartje temidden van de speelkaarten me, was er een Dag Van De Kaarter in aankomst. Enkele dagen later zelfs al. Thuis probeerde ik te ontdekken of het plaatsje waar mijn achternaam vandaan komt een speciale connectie met speelkaarten heeft. Zoals Turnhout dat bijvoorbeeld wel heeft. Maar niets. Er waren heel veel speelkaartverenigingen, dat wel, maar dat is niet vreemd. Zoveel is er niet te doen in het plaatsje waar mijn achternaam vandaan komt.

En zo sta ik nu voor de parochiezaal waar de Dag Van De Kaarter plaatsvindt. Ik weet niet wat ik moet verwachten. Misschien zijn er talloze verschillende soorten kaartendecks te koop. T-shirts met kaartpatronen. Petten. Misschien zijn er allerlei informatiestands. Buttons. Ontwerp je eigen kaart. Boeken over de geschiedenis van kaarten. Een band die speelkaartgerelateerde covers speelt. Nee, ik kom ook niet verder dan Motörhead. Ik haal diep adem. Het universum heeft me met kaartjes hierheen gestuurd. Ik moet hier duidelijk wel zijn. Dit is het lot.

In de ingang staat een man met kratten appels. Ik vraag schuchter wat ik mag verwachten op de Dag Van De Kaarter. Hij wijst achter zich naar rijtjes troosteloze aaneengeschoven lange tafels. Hij zegt dat heel de dag iedereen die wil, hier mag komen kaarten. Elk soort kaartspel. Hij lacht en zegt liever geen strippoker. Maar al het andere wel. Je gaat gewoon ergens zitten en zodra je met vier man bent kun je gaan kaarten. Zo lang als je maar wil. Ze blijven heel de dag door kaarten. Het kost vijf euro. Je krijgt er een zak appels bij. Hij wijst me ook op de expositie links: een metalen rekje met uitgeprintte foto’s van etalages. Dit is de allereerste Dag Van De Kaarter en in 61 etalages hebben ze de promotie groots aangepakt. In drie verschillende plaatsen, dus niet alleen in het plaatsje waar mijn achternaam vandaan komt.

Ik betaal en schuif aan bij wat oude mensen. Ze kijken naar mijn slordig krullend hippiehaar en mijn vettige baard. Halen een beetje hun neus op. Als ik voorzichtig een gesprekje probeer te beginnen terwijl we wachten op een vierde speler, zie ik in hun ogen dat mijn accent hen niet aanstaat. Niet van hier. Ik geef het op. Groet ze stilletjes en vertrek.

In de stad waar ik tegenwoordig woon is een protestactie voor wereldvrede. Het is een zwijgprotest. Iedereen zit zwijgend op stoeltjes. Dankbaar ga ik erbij zitten. Zwijgen is fijn. Bovendien krijg ik dan geen blikken van niet van hier. Stil eet ik een appel. Ik hoop dat ik onderweg naar huis geen speelkaart tegenkom.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *