René leest voor

Kluizenaar

Mijn vrienden vragen steeds vaker, althans, wanneer ze me weer eens zien, waarom ik zo weinig meer in de kroegen en op de feesten te vinden ben. Ik verkluizenaar. En dat bevalt me prima. Het bespaart allereerst bakken vol geld, het zorgt ervoor dat mijn onopvoedbare kat en ik een steeds betere band krijgen, je leert er je echte vrienden door kennen en de rust, mensen, de rust. Man, man. Echt hoor.
Lees meer

Poster

Toen alles voor me veranderde, raadde een goede vriend me aan om een poster op te hangen. Een poster van de stad waar ik eigenlijk heen wil. Zodat ik die alle dagen zal zien, dat die me eraan zal herinneren, en dat ik toe zal werken naar dat doel. Dus dat deed ik, want de vriend in kwestie heeft soms best goed advies. Natuurlijk, sinds de poster er hangt, herinnert hij me er vooral aan dat ik steeds verder van die stad verwijderd raak, maar ja, dan moet ik maar geen poster aan mijn muur hangen in een van de lastigste werkzoekperiodes van de afgelopen decennia.
Lees meer

Sloopmeneren

Voor mijn huis zijn sloopmeneren bezig. Nu al twee weken. Ze maken enorm veel lawaai. Alles trilt. Dat gaat zo van ‘s ochtends vroeg tot het eind van de middag. Al twee weken verpesten ze zo elke dag. Ik word trillend gewekt, zit trillend te lunchen, probeer trillend een baan te zoeken. Het werkt allemaal danig op mijn zenuwen. En ze slopen maar door. Sloperdesloop. Trillerdetril. De sloopmeneren zijn het duidelijk zelf nog niet beu, dat sloopmeneer zijn. Ze lachen en roepen grappen en andere joviale opmerkingen naar elkaar. Er wordt met plezier gesloopmeneerd.
Lees meer

Kooijbooij

Ik loop over straat met mijn hoed op tegen de regen en de zon. De deur zwaait open en de Abraham neemt gretig mijn felicitatie aan. Kinderen gillen me na: “Kijk, daar, daar loopt een kooijbooij ! Een kooijbooij !!” De Abraham wijst me waar de drank is. Ik slenter in feite maar wat – ik weet waarom ik mijn huis heb verlaten, maar het is niet om de kooijbooij uit te hangen. De gastheer kijkt rond en bedenkt zich dat ik, inderdaad, waarschijnlijk niemand hier zal kennen. De kindjes rennen achter me aan: Meneer kooijbooij, meneer kooijbooij, ga je boeven of indianen schieten ? Hij schrikt lichtjes: nee, je kent inderdaad niemand hier.
Lees meer

Belgeninvasie

Net voor de middag komt het berichtje binnen: de grootste gek van Gent is onderweg naar Tilburg. Ik twijfel direct tussen twee mensen: de meest fameuze gek en de écht idiootste gek. Ik vraag om meer informatie maar krijg geen antwoord. Ik bel de écht idiootste gek op. Die weet van niks. Daar is mijn vraag mee beantwoord: de man die verguisd wordt door zijn eigen stad, is onderhand bijna in mijn stad. Ik vraag me – onmiddellijk – af of ik hem ooit mijn adres heb gegeven. Het antwoord is niet helder. De rest van de dag wacht ik angstig af of mijn deurbel gaat.
Lees meer

Takkie

Verbaasd keek Blaadje naar Takkie, haar beste vriendje. Daar kon ze altijd op vertrouwen. Maar Takkie keek niet vrolijk vandaag. Blaadje vroeg waarom Takkie zo droef erbij hing. Het had immers voldoende geregend de laatste tijd en met de boom ging het dus prima. Je zou denken dat Takkie dan toch ook meegenoot van het succes. “Hee Takkie,” zei Blaadje, “lach eens ! Het leven is toch prachtig ? Je hoort bij een vruchtbare boom die in tijden niet zo mooi gebloeid heeft.” Takkie moffelde een binnensmondse snik en zei: “De boom kan de boom in.” Hij draaide zich om. Blaadje snapte er niks van.
Lees meer