Bronstig zingen powertools enkele huizen verderop hun productieve paringsliederen terwijl ik weer eens, met een koffie in de hand en pantoffels aan de voeten, over het pleintje voor mijn huis staar. Aan de andere kant van mijn straat zingen politie- en brandweersirenes hun repliek. Het is een kakafonie van menselijk kunnen en ze kunnen er wat van. Lees meer
Terwijl zelfs mussen elkaar angstig toefloten of het nog vol te houden was op het dak, gingen René van Densen en kompaan Franky Bordo intensief op pad langs publieke plaatsen te Gent. Gewapend met een doos vol flyers en een rol posters. Promotie, heet dat. Andere organisaties en mensen hebben daar hun mannetjes voor of huren wat kinderen of andere Polen in, maar daar is bij Droef geen budget voor. Dus moeten de artiesten die optreden zelf posters plakken. Het leverde alvast dit fotoverslag op. U komt toch 13 juli trouwens ook ?
Ik leg een pet voor mij op het trottoir en ga gehurkt zitten. Dan kraak ik mijn knokkels en begin te schrijven. De mensen lopen door, naar hun werk, druk in de weer met prikplankjes voor hun neus. Sommigen praten tegen de prikplankjes, vertikaal op hun hand. Niemand beweert dat wat ik doe geen werken is, maar hun wegkijken spreekt boekdelen. Lees meer
Ik moet dingen doen, zeg ik tegen het spiegelbeeld. Dat krijgt spontaan grijze haren van alle dingen die ik moet doen. Ik slurp koffie en de spiegel slurpt mee. Buiten twijfelt het weer er ook op los. Lees meer
Ook vanavond heb ik weer eens een schrijver te logeren, die bevriend is, een bevriende schrijver zogezegd of zogeschreven, zoals er de laatste maanden wel meer in mijn logeerbed verbleven hebben, waarbij mij altijd een beetje de twijfel bekruipt of ze hun schrijvende vriend komen bezoeken of de mooie en interessante stad waar hij woont waar toevallig iemand met een relatief goede inborst hen wel een gratis slaapplek verstrekt, maar dat zou te toevallig zijn aangezien de bevriende schrijvers van zeer verschillende karakters en stijlen zijn, zoals de ene schrijvende vriend die ik laatst op bezoek had die alles wat er gezegd en gedaan werd, in een zakboekje noteerde, en een andere vriend die heel vaak vind dat ik veel te veel woorden gebruik als ik iets wil zeggen, dat mijn zinnen vaak ook te lang worden, waar ik zelf niet zo veel van merk maar misschien verklaart het waarom ik relatief weinig lezers heb, en dat soort gesprekken en overpeinzingen leiden er dan weer toe dat ik uiteindelijk over schrijven ga schrijven, een fout die veel schrijvers maken en die ik zelf ook verfoei maar als je zoveel met schrijven bezig bent in je hoofd hou je weinig anders om over te schrijven dus dan schrijf je over schrijven en niet over niet-schrijven, dat schrijf ik je op een briefje, al probeer ik best nog wel eens in de gesprekken met bezoekende schrijvers het gesprek over een andere boeg te gooien, maar ook zij zijn de ganse dag met schrijven bezig natuurlijk, dus die boegen niet zelden doodleuk het gesprek weer terug, waarop ik hen meestal dan maar bier aanbiedt om hen te doen zwijgen, want al dat spreken over schrijven, daar wordt een mens ook niet gelukkiger van, meen ik toch, en dat spreek ik heel af en toe ook wel eens uit, mogelijk zelfs vanavond, tegen de schrijver die komt logeren, waar ik nog ooit eens briefwisselingen mee schreef over een keer dat ik bij zijn editie van De Sprekende Ezels zou gaan optreden als dichter, in zijn stad, en nu is hij in mijn stad, om hier bij De Sprekende Ezels te gaan optreden, en hij zal waarschijnlijk verwachten dat ik wel mee ga, maar eigenlijk zie ik hem nooit bij mijn optredens dus ik twijfel nog enorm, en om de twijfel weg te nemen kijk ik of andere vrienden van me misschien mee willen, vrienden die niet de ganse avond over schrijven gaan praten, maar met wat rondvragen blijken bijna al mijn vrienden schrijvers te zijn, wat wellicht ook verklaart waarom ik zoveel schrijvers te logeren krijg, en ik moet dus mijn vriend, de schrijver, teleurstellen zodra hij aan mijn poort staat en vraagt of ik mee ga.
Ik zeg dat ik geen zin heb.