Zenuwachtig loopt ze over vieze tegels vol etensresten en herfstbladeren. Envelop in de hand. Nerveus opengescheurd en weer dichtgevouwen. De brief in een voor haar onleesbare taal. Maar het
logo erboven heeft ze wel herkend. Ze weet dat het belangrijk is. En doodeng. Enger nog dan de glibberige wegen in dit triesteloze oord. Ze weet allang niet meer wat ze hier ooit is komen zoeken. Ze weet echter wel wat ze niet kwijt wil.

In haar mond proeft ze de metalen nasmaak van de roestige ketel in haar opvanghuis. Het is de enige. Niemand heeft geld in het huis. Het behang bladdert overal beschimmeld. De bank waarop ze slaapt is minstens veertiendehands. Maar ze heeft een adres. Een adres met brievenbus. Waarvan de borstels vanmiddag over de envelop krabbelden. Zonder adres was ze al helemaal niemand in deze stad. Dus ze is dankbaar. En drinkt haar thee met metaalsmaak zonder morren.

Het kantoor van de instantie die haar helpt, spettert van de luxe. Dagelijks gereinigd tapijt. Glimmend marmeren ontvangstbalie. Designlampen dreigen als metalen zuigmonden omlaag van een hoog, wit plafond. Alles imponeert. Statig. Machtig. Ze weet dat ze daar niet naartoe hoeft. Alleen de receptionistes al, dragen de hele dag een blik die hoop en verwachtingen doodt. Hulp ontvangen betekent smeken. Om er dus met een brief binnen te lopen en te verwachten dat ze het voor haar vertalen, daar gaat ze niet eens aan beginnen.

Ze heeft een vriendin, gelukkig. Maar deze heeft het alijd druk, echter, bij haar treft ze wel een betere kans op hulp. Ze begrijpt de taal van de brief. Als ze er is, wil ze misschien wel voor haar vertalen. Het logo brandt een gat vol zorgen in haar hoofd. Het logo brengt altijd ongeluk. Bij het weinige goede nieuws de afgelopen jaren, ontbrak altijd het logo. Zich in gedachten verzonkend haastend, glijdt ze bijna uit. Even stopt ze. Ogen dicht. Ademen. Het komt goed. Ze moet daarop vertrouwen. Ooit komt het alsnog allemaal goed. Dat kan bijna niet anders. Het is al veel te lang fout gegaan.

Ze staat voor de bibliotheek. Ook al zo’n imposant gebouw. Maar iets slodderiger. Het tapijt wordt daar niet dagelijks gereinigd. En de regen laat grote, grauwe strepen in de stenen na. Stormwolken verzamelen zich in de lucht. Ze prevelt vlug een gebed. En stapt dan de draaideur binnen. De borstels onder de deur krabbelen over de rubberen rondegatenvloer.

Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad: Je bent er”

In 2014 bracht René van Densen zijn collectie ZKV’s (of Zeer Korte Verhalen) in een ZDB (of Zeer Dun Boekje) uit dat NZD (Niet Zeer Duur) was. Hierin las je de eerste avonturen van de bewoners van het misschien niet super fictieve stadje Prozacstad, waar de Opperpater altijd stabiel en soepel blijft en een vrouw met een brief in één hand en de rode draad in haar andere, van de eerste tot de laatste pagina het boek doorkruist. Het boekje verscheen slechts in een beperkte oplage (50 ex) in eigen beheer en is allang uitverkocht, maar op Google Play kun je het nog als ebook kopen en lezen. Dan begrijp je misschien ook beter waar het verhaal hierboven op sloeg. Tenzij je het koopt en niet leest, natuurlijk. Dat mag op zich ook prima, ook die centjes zijn gewoon welkom, daar doe ik niet kinderachtig over.


Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *