De grijze rotzak


De Grijze RotzakDe Rooie Rat verhuisde mee terug uit Gent. En daarmee was het afgelopen. Ons jarenlange ochtendritueel. De Rooie Rat is namelijk nogal territoriaal rondom mij. Dus éénmaal sprong de Grote Grijze Rotzak op mijn bed, één pootje nog in de lucht hangend. Stokstijf, want hij zag al dat die nieuwe trut, die met zijn papa mee terugverhuisd was uit België, opstond om op hem af te stormen. Meteen sprong hij van het bed en kwam niet meer ’s ochtends bij me knuffelen. Een ritueel van tien jaar, in één keer voorbij.

De Grijze Rotzak was makkelijk haar meerdere elders in het huis. De Grijze Rotzak overheerste eigenlijk iedereen wel, in de hele buurt, behalve mij. Met geduld én af en toe een strenge greep in zijn nekvel had ik respect afgedwongen. Ik ken mijn katers. Daarom dat het niet meevalt met de Rooie Rat – meisjes, dat werkt allemaal weer helemaal anders. En zij is knettergek.

Natuurlijk was de Grijze ook knettergek. Een normale kat belandt, om een of andere reden, niet in mijn huishouden. Hij was echter met stip de meest beschadigde van alle katten. Asielbeestje. Al drie gezinnen versleten, dus wij waren zijn laatste kans. En hij was nog jong, dus tjokvol verlatingsangst. Dat mochten de mensen merken ook.

Verbaasd zei zijn verzorger dat hij bij ons onder de grote kooi uitkwam: “Hij is hier al een maand en er zijn veel bezoekers geweest, maar hij blijft daar normaal altijd onder zitten.” Toen ze ook nog vertelde dat het vorige gezin hem teruggebracht hadden “omdat de kinderen bang voor hem waren,” waren we verkocht. Zowel ik als mijn huisgenoot hadden het ook niet zo op kinderen. Een kat naar ons hart.

En zo volgden twee jaren aan geduld. Hoewel de Rooie Rat mijn gebruik van het woord ‘onhandelbaar’ heeft doen bijstellen, kon de Grijze er ook wat van. Als we hem, zoals iedereen, toch weer zouden verlaten, dan liever vroeg dan laat, leek hij te denken. Dus sissen, krabben, dingen kapotmaken, geen enkele regel respecteren, kakken bovenop de kattebak, noem het maar op.

Sowieso had hij een veelvoud aan idiote ‘spelletjes’. Overal in huis rende hij door je benen en sprong vlak voor je op vanalles waar dan flink de nagels in gehakt moesten worden. Als de postbode iets in de brievenbus deed, sprong hij bovenop de brievenkast en hakte met scherpe nagels naar de vingers die de post brachten. Op termijn was ons huis telkens de laatste in de wijk die de post kreeg. Ik overwoog een ‘hier waak ik’-bordje te hangen.

Patent had hij op de ‘psychopatenblik’. Als iemand op bezoek was, ging hij op de rugleuning van de bank naast die persoon zitten. Kop strak gericht op de indringer, en met een blik waar je bloed koud van werd. We kregen al snel minder bezoek. Vrienden wilden best afspreken, ‘maar als het kan ergens waar dat beest niet is’.

En toen ineens viel het kwartje: hij hoefde hier niet meer weg. We pikten alles en hielden toch van hem. En van de een op de andere dag werd hij kalm. Mellow. En begon het knuffelen. Het ochtendritueel. Goed, het gebeurde ook wel eens op een ander tijdstip, maar zijn favoriete moment was ’s ochtends.

Rommeldebom de trap op, trippetrap op mijn slaapkamerzeil en HOP – vier poten vol in mijn kruis. Oké, denk ik, recht overeind schietend, ik ben wakker. Terwijl ik terug in bed zak loopt de Grijze spinnend over mijn borst en steekt zijn neus in mijn oksel. Ik ben heel even zijn mama.

Met wat geluk lag ik ver genoeg onder de dekens, dat hij met zijn pootjes daar aan het masseren was, want hij gebruikte zijn nagels. Anders zat ik geduldig mijn tanden op elkaar te klemmen terwijl het beest genietend de klauwen door mijn pyjama heen boorde. En maar harder en harder spinnen, dusdanig dat hij tussendoor moest slikken. Dit was pássie.

En wanneer hij eindelijk wegging of op mijn schoot opkrulde, had ik een enorme natte plek in mijn oksel. Of het kwijl was van het sabbelen of snot van zijn neus, heb ik nooit zeker geweten. Maar het was ons kleine natte geluksplekje.

En ineens werd hij geblokkeerd. Door een kleine maar kwaaie madam uit het Zuiden. En hoewel de Grijze elke kat in de buurt de baas kon, twijfelde hij even, en sprong weer weg. En dat was het. De ochtenden waren voorgoed van de Rat. Al zou de Grijze af en toe overdag nog het ritueelmomentje kapen. Schrijnend was het, dat hij in die dagen ook zichtbaar begon af te takelen.

Ook alweer goed tweeëneenhalf jaar dood. De enige kat die ik zelf begraven heb.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *