Nee, ik zit hier niet om jullie uit te lachen. Of voor, omgekeerd, jullie hoon. Ik vind dit heerlijk. Af en toe. Hier zitten met een koffie en/of een broodje en al die bestemmingen omgeroepen horen worden waar ik vandaag niet naartoe reis.
Ik hoor ook de flarden van jullie gesprekken waar ik niet deel aan hoef te nemen. Ik zie winkels waar ik niet in ga. Ik geniet. Soms gaan jullie er ook niet in. Of, met een theatrale blik op jullie horloge als alibi, de rij binnen uit. Alsof je het er niet gewoon zelf beu was. Je kijkt opgelucht. Buiten.
Dit is een mooie plek hoor, nergens. De koffie is nog te warm. Mijn broodje nog onaangeroerd. Ik heb geld uitgeven maar nog niet geconsumeerd. Ik wacht binnen het alibi van de acceptabele wachttijd. Als ik hier de hele dag blijf zitten met mijn ene koffie zullen ze er iets van zeggen. Maar nu nog niet.
Nu kijk ik vanuit nergens naar overal en iedereen. Ik wikkel me in jullie flarden. Gesprekken, reizen, leven. Wat heerlijk dat ik nu niet hoef. Wat heerlijk dat ik niet hoef.

