Eerder gepubliceerd op Whaleshares
Nee, nee
stomme wekker
ik lag echt
nog veel te lekker
sliep zo heerlijk,
echt zo diep
‘t was al even
geleden da’k zo sliep
kon nog zeker
uren verder
zonder schapen
zonder herder
Nee, nee
bubbel terug
slapen ging echt
veeeeel te vlug
dat daarbuiten,
ben te moe,
nog geen zin in
dat gedoe
het gefonkel
en kerstgezang
het is zo lelijk,
duurt zo lang
en dan idioten
met knalwerkterreur
hou ze maar ver weg
van mijn deur
hier onder de wol
enkel mezelf en de kat
dat houden we wel vol,
laat ons nog wat
met je rinkelgeweld
trek je ons eruit
en de buitenwereld in
met je wekkergeluid
met de bommen en Brexit
met idioten aan elk roer
met hun grote raketten
doen ze weer o zo stoer
nooit het rotje ontgroeid
of het brullen verleerd
straks de aarde verschroeid
bij één stapje verkeerd
dus nee, laat ons toch wekker
in de lieve waan
we vertoeven hier lekker
of
ik zet je verdomme
nooit nooit nooit
meer aan.
Dit gedicht verscheen in
“Onderop De Stapel Rechts”
De vierde dichtbundel van René van Densen verkent als thema verhuizen, transitie van één situatie naar een andere. Waarbij je altijd dingen kwijtraakt, maar er ook iets nieuws ontstaat, gesymboliseerd door kleine poëziedoosjes die je kunt uitknippen en die een nieuw gedicht vormen, maar waarbij je dan wel zes andere gedichten moet laten verdwijnen. Verdeeld in metaforische ruimtes in een nieuw huis verkent Van Densen wat je wel of niet mee moet nemen.
“Er lopen tig dichters rond in Nederland en Vlaanderen die al blij zouden zijn met de kruimels die van van Densens tafel vallen.” – Anton Voloshin

