
Voor wie de liefde
geen tempel is
geen gewelf om door een
ringetje te halen
Voor wie het hart
geen zangkoor is
maar een bieb met
huilverhalen
Voor wie de tast
luchtledig is
verstoken van
deur bellen
De ziel geen grond
voor bouwen biedt, geen
liefde vol
sierkapellen
Wie er jaloers en
angstig staart naar
andermans
minaretten
En eigenlijk al
moeite heeft om
een boompje op te
zetten
Wie hunkert naar
een tuin, een dak, een
overweldigend
gewelf
Raad ik de rij
bij de bouwmarkt aan:
man, doe het gewoon
zelf !

