april 2015

Een

Een lange, maar écht verdomd lange dag. Een kantoor waar het veel te warm is geweest en waar het nu muf en zweterig ruikt. Een verrukkelijke klik van het slot. Een straal in de ogen van de ondergaande zon. Een plaagwindje – toch maar de jas dicht. Een vermoeide tred naar het station.

Een groep lachende toeristen. Een frons. Een setje oortelefoontjes en een prettig muziekje. Een veel te vol hoofd om er ook nog buitenwereld in te laten. Een weerspiegeling in een winkelruit – ben ik dat écht ? Een zucht. Een kromme rug en een ferme vervolgpas.
Lees meer

Twee

“Dit is een bijzonder moment,” zei ze, maar Karel keek haar nog altijd niet aan. “Iedereen die je ooit gekend hebt,” vervolgde ze, “loopt op dit exacte moment ergens op deze aarde rond. Enkel jij zit.” Karel overwoog de woorden. Als ze waar waren, was dit inderdaad een vrij uniek moment. Het was sowieso bijzonder dat iedereen die hij ooit gekend had, blijkbaar nog tot rondlopen op deze planeet in staat was.

En toch, wat moest hij met deze informatie ? Dat zij lopen en hij zat, dat hield geen verband met elkander. Deze vrouw probeerde hem iets aan te praten, dat was duidelijk. Haar intonatie klonk verwijtingsvol. Dus Karel zit, so what ? Zij toch ook. Alsof zij ijverig rond loopt te lopen met al die duizenden anderen die hij ooit gekend heeft. Ze zit maar mooi naast hem, de hypocriete trut.
Lees meer

Drie

De terrasbioloog heeft ineens een baard. Willem met de WK trauma’s kijkt er gefascineerd naar. De Opperpater zegt dat hij drie nieuwe moppen kent. Gelukkig is het terras open: het is na drie uur.

Over die baard, zegt de terrasbioloog, doe ik slechts drie weken. Om te scheren, vraag ik. De terrasbioloog lacht. Geweldig, zegt hij. Nee, zegt de terrasbioloog, drie weken om hem zo vol te laten groeien. Alles groeit momenteel, zegt de terrasbioloog trots. Het is oogsttijd, zegt hij, en dan lacht hij weer. Geweldig, zegt de terrasbioloog.
Lees meer

Vier

Na een stilte die wel twintig dagen leek te duren, keek hij toch in zijn ooghoek. Hoge hakken, donkere panty’s, strenge bril. En vier lonkende lokken, als wenkende tentakels. Groene, vurige ogen en lange, gelakte nagels. Een grijns. Karel voelde zich direct achtervolgd en plukte voort aan zijn tabak. Maar dat was geen blijvende oplossing. De tabak kruimelde op de tegels en waaide weg; ooit was de buidel leeg.
Lees meer

Vijf

Vijf minuten vertraging. Ik zie de zakkenroller alweer naar mijn rugzak kijken. Tenzij hij van lezen houdt, zit er niets van waarde in. Toch alvast bijna niets dat onvervangbaar is. Ik kijk dus maar weer weg.

Ze moest er zelfs om huilen. Zo erg snapte ze het niet. Waarom ik niet zuiniger op mijn spullen was. Letterlijk: tranen, zo verschrikkelijk vond ze het. Begreep er volledig niets van, dat ik mijn laptop zo verslonsde, dat ik mijn jas zo mishandelde.
Lees meer

Zes

Vanavond drinkt de Opperpater exact zes halve liters. Daarnaast hebben we tijd voor exact één film. En hij wil straks ook de herhaling van Eastenders nog even kijken. De Opperpater is bij mij thuis te gast maar stelt de regels. Het geeft niet, want de Opperpater is een fijn mens. Als u de Opperpater nog niet kent, bent u hier nieuw. Dus even een korte introductie.

Als je vraagt hoe het met de Opperpater gaat, is het altijd stabiel en soepel, knikker. De meeste mensen zijn knikkers, een zeldzaam gekoesterde inner circle bestaat uit Paters. De Opperpater discrimineert daarin zelden: slechts af en toe zijn aanwezige vrouwen knikkerinnen. Als iemand zegt dat het bier lekker is of de film een goeie, dan zegt de Opperpater: ‘Dank je,’ en rookt van zijn sigaret. Alle complimenten zijn immers voor de Opperpater, of hij er debet aan had of niet.
Lees meer

Zeven

Als ik een kater heb, ga ik ervaringen zeven. Mij amuseert dat wel, maar de lijn is ver te zoeken. Ik proef de wijn nog. De extreem galante gastheer bood mij een uitmuntende wijn aan, die zelfs lekker rook, wat wijn zelden doet. Ik wou per se de vieze. Dat ik een kater zou hebben de volgende dag, stond immers al vast, en daar wil ik geen goede wijn aan verspillen. Dan liever met een vieze nasmaak de afgrond in.

Daar loop je dan, vent. Iets rustiger dan de rest, en beduidend onbekommerder. Onbekommerder ? Ik laat het schieten. Je staat op een roltrap en drie kindjes voor je gillen enthousiast want de roltrap is spannend. Achter mij staat hun moeder en ze zegt: “Tschüß !” Vertwijfeld herhalen de kindjes: “Tschüß”. Het gespeelde vaarwel ontoert me stilletjes.
Lees meer