Hoera
Op een bus hoefde ik voorlopig niet te rekenen. Uit verveling stak ik een sigaret op en probeerde niet in te schatten of ik op tijd op het station zou zijn. De wind speelde loom met mijn rookwolk.
Als ik dit opschreef, vroeg ik me af, zou dan iemand het geloven ? Dat er een volkje zou zijn, dat het bestaan van hun leider zou erkennen door dodelijke hoeveelheden alcohol binnen te gieten, hun oude troep te verkopen, snoerharde muziek te draaien en vooral zo primitief en eenlettergrepig mogelijke klanken uit te stoten, terwijl ze zich hullen in felgekleurde, volslagen smakeloze prullaria die nog voor de dag om zou zijn, in grote getale door plassen bier, pis en kots zouden drijven, en met wat geluk minimaal één nieuwe geslachtsziekte op te lopen ?
Lees meer