het start met loslaten
– of werd ik geduwd ?
vallen, en
– jezelf wijsmaken dat je vliegt
vooral ergens héén
– zoete illusie dat je weet wat je doet
Greep ik nog ?
– werd ik losgepulkt ?
Achter gesloten deuren
lacht, luidruchtig en vol leven,
wie ik net nog was.
– Wie van ons had de sleutel ?
Mijn nagels scheuren
elke dag
wat verder af.
Dit gedicht verscheen in
“Onderop De Stapel Rechts”
De vierde dichtbundel van René van Densen verkent als thema verhuizen, transitie van één situatie naar een andere. Waarbij je altijd dingen kwijtraakt, maar er ook iets nieuws ontstaat, gesymboliseerd door kleine poëziedoosjes die je kunt uitknippen en die een nieuw gedicht vormen, maar waarbij je dan wel zes andere gedichten moet laten verdwijnen. Verdeeld in metaforische ruimtes in een nieuw huis verkent Van Densen wat je wel of niet mee moet nemen.
“Er lopen tig dichters rond in Nederland en Vlaanderen die al blij zouden zijn met de kruimels die van van Densens tafel vallen.” – Anton Voloshin

