Dit is wat mensen vrezen als je over poëzie begint

Verhaal door René van DensenIk vroeg me nog af waarom een van de aanwezigen begon te lachen. Hij werd echt histerisch en klemde zijn hand over de mond. Ik keek zelfs nog even of de voordrager misschien per ongeluk een stijve had of zo. Maar er was oppervlakkig niks hilarisch te ontwaren.

En toen luisterde ik toch maar eens naar de tekst. Het viel niet mee. De man murmelde. Het hielp niet dat hij ook de uitstraling had van… Ik kan geen politiek correct woord bedenken. Hij piepte, laat het ons daarop houden. Hij piepte woorden over dood en moord en schuld en gruwel en een mensonterende mensheid en zo al meer. Het duurde láng. Een pastoor was eerder klaar geweest met het opsommen van onze zonden.

Ik kon er niet mee lachen. Maar door de, inmiddels door de aanstichter aangestoken, anderen die lachten, kwam er bij mij ook een ongelovige grinnik los. En bij elk gepreekt woord werd het ongelovige gegrinnik erger. Tot we helemaal dubbel lagen. De lachers vluchtten naar buiten. De niet-lachers bleven jaloers achter en ondergingen de rest van de marteling.

Giechelend zei ik bij het aansteken van mijn sigaret: Dit is wat mensen vrezen als je over poëzie begint.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *