februari 2015

Hithaat

Zodra ik er weer een hoor, begint het opnieuw. Misschien ligt het aan mij, en worden alle andere mensen er wel blij van, maar nieuwe plaatjes leveren meestal hithaat bij mij op. Koude, kwade hithaat. Daar gaan ze weer hoor, denk ik dan. Drie, vier keer op een dag dezelfde plaat, lekker bezig jongens.

Het zijn ook meestal de minst bijzondere riedeltjes. Niks wat ik nooit eerder heb gehoord. En dat moet dan echt grijsgedraaid worden. Alsof er wat in te halen is. “Satisfaction van de Stones hebben we veel vaker gedraaid over de decennia heen dan dit plaatje, kom, we gaan ze inhalen.” Alsof deze plaat, puur door het vele draaien, een klassieker móet worden.
Lees meer

Krijgen

Je kunt natuurlijk vangen, dat is eenvoudig – je hebt er hard voor gewerkt en de vangst is van jou. Maar niet iedereen kan de hele tijd maar vangen. Dus moet je af en toe ook ontvangen, besloot Karel. En ontvangen, daar moet je niet lichtzinnig over zijn. Krijgen, dat is oorlog.

Karel is een ervaren Krijger. Hij bleek niet geschikt voor het jachtige jagen, dus dan blijven er weinig alternatieven over. Dit overpeinst hij wanneer hij zijn biertje van de barman krijgt. Je moest wel klasse en karigheid vertonen, meende Karel. Hij was geen gretige graaier. Krijgen is de kunst van de karigheid.
Lees meer

Brengen

Ik staar naar de klok. Die werkt niet. Oud ding, nieuwe batterij, maar toch mooi niets. Geeft niet, ik weet hoe laat het is. Het duurt nu al meer dan een uur. Ik kan dat verdomme sneller, denk ik stilletjes. Een uur – belachelijk.

Sinds mijn oude adres ermee ophield, met brengen, ben ik op dit adres aangewezen. Ik zou natuurlijk naar mijn oude adres kunnen fietsen. Dan zit je daar, in die wachtkamer. Nummertje in je vingers, half verfrommeld. Leesmappen op tafel. Een zekere ironie, dat wel. Natuurlijk zou ik het ook zelf kunnen doen. Het is tenslotte mijn vak. Maar het is net als koken, soms heb je er gewoon geen zin in. En dan bel je gewoon even.
Lees meer

Vinden

Uit het niets staat hij voor mijn deur wanneer ik opendoe. Ik weet niet goed meer waarom ik de deur open. De bel had, dacht ik, niet gerinkeld. Daar staat hij, en hij kijkt me strak aan. Meteen begint hij al: “U ziet er niet bijster wakker uit, meneer.”

Ik denk nog even dat de man een verkooppraatje komt houden. Daar houd ik van, dus open ik de deur iets wijder. Hij glipt direct naar binnen. “Uw gang kan wel een extra laagje witte verf gebruiken,” klinkt het achter me terwijl de man hoorbaar doorloopt naar de woonkamer. Alsof hij hier al jaren woont.
Lees meer

Altijd te kort rood

Stoplichten, dat vond Karel ook zoiets. Ze stonden altijd te kort op rood. Met een dwingende gevaarkleur dwingen ze je gejaagde pas te stoppen en te wachten. Je weet nooit hoe lang. Ja, in sommige van die nieuwerwetserige steden hebben ze van die luxe krengen die op allerlei moderne manieren aangeven hoe lang het nog duurt. Daar moest Karel al helemaal niks van hebben.
Lees meer

Voeten

Zo zit ik tussen Serieuze Dichters. Enkelen van hen kennen me. Van vorige gelegenheden. Niet de organisator. Die kan ik wel beetpakken met grappen over zijn penislengte – hij heeft eerder vanavond al gegrapt over de mijne.

Ik bedenk mij dat weinig mensen weten hoe het er aan toe gaat tussen dichters. Dus bij deze. De jaren, net als bij eiken, tellen het meeste. Als je een dichter doormidden snijdt, ken je zijn waarde. Tel gewoon zijn ringen en je weet wat je aan hem hebt. Als je bovendien meerdere bomen rondom hem telt met ook meetellende ringen, dan is het een dichter van waarde.
Lees meer