Kaftloos

Beloofd

Er was me longkanker beloofd, bedenk ik me rokend in de zon. Oh ja, en huid. Ze liegen maar wat raak, ook over vertrektijden. De trein is in velden noch wegen.
Ze beloofden me vanalles. Dat de tijd sneller zou gaan naarmate je ouder wordt. Vliegende auto’s. Wereldvrede. Dat we lang samen zouden blijven. Dat deze regering er nu echt iets aan ging doen.
Dat het nog ooit goed zou komen.

Paar

In een te lang bericht vind ik mijn helderheid. Een ander leren kennen. Nog niet zeker waar het toe leidt. Maar ze wil het wel beleven.
Ik rook op het terras in de regen. Een paar vreemde, wel mooie ogen priemen even naar me. Ik negeer het. Staar naar de regenstriemen.
Weer iets dat voor niets blijkt, daar ben ik nog niet. Volgende paar misschien. Of dronken armen die me vast wel weer vinden.
‘s Nachts huil ik wat. De kat komt miauwen en mijn gezicht likken.
Ik kijk in haar ogen.