Er is schijnbaar een ballenbak
Ik heb dan toch maar ja gezegd
Met alle gevolgen van dien
Nu sta ik hier met mijn podiumhaat;
ik wou gewoon de backstage zien
Ik heb dan toch maar ja gezegd
Met alle gevolgen van dien
Nu sta ik hier met mijn podiumhaat;
ik wou gewoon de backstage zien
Stille stap.
Een enkeling nog
Deelt mijn straten, maar
De meeste mensen houden
Het voor veroordeeld
Nu suist er wind, geen achterklap
We hebben geen groeten nodig,
De nachtlopers kennen elkaar
Zonder enige ontmoeting
De ochtend is nog ver
Stap maar stil
Waar blijft het, dat
punt
dat je eindelijk
erachter kunt zetten,
waar je kunt schuilen
en helen
en zijn
punt
Waar is de tram
Waar is de tram
Bam bam bam
Waar blijft de tram
Waar is de bus
Waar is de bus
Nog vlug één kus
Waar blijft die bus
Waar is mijn fiets
Waar is mijn fiets
Ik zie maar niets
Wie heeft mijn fiets
Waar is De Lijn
Waar is De Lijn
Dit is niet fijn
Waar trekken wij de lijn ?
Wanneer zet ik, die eerste
Dat hij komt, dat staat vast
Het is tot die dan maar hopen
Dat de stap me niet mispast
Zoek je de
vlucht uit ?
Van alweer hetzelfde
Je kent dit perron al
Trein heen, trein terug
Dezelfde smoelen
knikken hun ochtendgroet
Oke, ze zijn vermoeider
Rimpel extra hier en daar
Je jengelt wat rondjes
om je koffie
en dampt jezelf morgen
weer een nieuwe dag
Ach erme, die onbegrepen kiezer
Ongehoord, ongezien, ongevoeld
Heb vooral veel meelij met die niet-verliezer
Ze hebben het straks achteraf niet zo bedoeld
I am done
writing how I feel
so when you feel it
you won’t feel alone
I am done with
the misery
of feeling devistatingly
alone so you can have
pretty words
I am done suffering
can I now be happy
at a beach
reading a poetry book
about someone else suffering
I am done
You fucking do it
you also have
the words.
Er was me longkanker beloofd, bedenk ik me rokend in de zon. Oh ja, en huid. Ze liegen maar wat raak, ook over vertrektijden. De trein is in velden noch wegen.
Ze beloofden me vanalles. Dat de tijd sneller zou gaan naarmate je ouder wordt. Vliegende auto’s. Wereldvrede. Dat we lang samen zouden blijven. Dat deze regering er nu echt iets aan ging doen.
Dat het nog ooit goed zou komen.
In een te lang bericht vind ik mijn helderheid. Een ander leren kennen. Nog niet zeker waar het toe leidt. Maar ze wil het wel beleven.
Ik rook op het terras in de regen. Een paar vreemde, wel mooie ogen priemen even naar me. Ik negeer het. Staar naar de regenstriemen.
Weer iets dat voor niets blijkt, daar ben ik nog niet. Volgende paar misschien. Of dronken armen die me vast wel weer vinden.
‘s Nachts huil ik wat. De kat komt miauwen en mijn gezicht likken.
Ik kijk in haar ogen.