wol / wol / wol
verf het / maar vol
nee / werpt de wol / streng / tegen
bol / het af
ik ben van / kunst wol
en zal het / schilderen
als het / kan
op / canvas Lees meer
“En, hoe gaat het met de kaarten ?” vraagt ze me direct wanneer ze gaat zitten. Ik glimlach. Toch een indruk gemaakt. “Ik vind dat zo gek, van die kaarten van jou,” vervolgt ze, “ik zie nooit kaarten op straat. Dat is écht gek, hoor.” Lees meer
Een lange, maar écht verdomd lange dag. Een kantoor waar het veel te warm is geweest en waar het nu muf en zweterig ruikt. Een verrukkelijke klik van het slot. Een straal in de ogen van de ondergaande zon. Een plaagwindje – toch maar de jas dicht. Een vermoeide tred naar het station.
Een groep lachende toeristen. Een frons. Een setje oortelefoontjes en een prettig muziekje. Een veel te vol hoofd om er ook nog buitenwereld in te laten. Een weerspiegeling in een winkelruit – ben ik dat écht ? Een zucht. Een kromme rug en een ferme vervolgpas. Lees meer
“Dit is een bijzonder moment,” zei ze, maar Karel keek haar nog altijd niet aan. “Iedereen die je ooit gekend hebt,” vervolgde ze, “loopt op dit exacte moment ergens op deze aarde rond. Enkel jij zit.” Karel overwoog de woorden. Als ze waar waren, was dit inderdaad een vrij uniek moment. Het was sowieso bijzonder dat iedereen die hij ooit gekend had, blijkbaar nog tot rondlopen op deze planeet in staat was.
En toch, wat moest hij met deze informatie ? Dat zij lopen en hij zat, dat hield geen verband met elkander. Deze vrouw probeerde hem iets aan te praten, dat was duidelijk. Haar intonatie klonk verwijtingsvol. Dus Karel zit, so what ? Zij toch ook. Alsof zij ijverig rond loopt te lopen met al die duizenden anderen die hij ooit gekend heeft. Ze zit maar mooi naast hem, de hypocriete trut. Lees meer
De terrasbioloog heeft ineens een baard. Willem met de WK trauma’s kijkt er gefascineerd naar. De Opperpater zegt dat hij drie nieuwe moppen kent. Gelukkig is het terras open: het is na drie uur.
Over die baard, zegt de terrasbioloog, doe ik slechts drie weken. Om te scheren, vraag ik. De terrasbioloog lacht. Geweldig, zegt hij. Nee, zegt de terrasbioloog, drie weken om hem zo vol te laten groeien. Alles groeit momenteel, zegt de terrasbioloog trots. Het is oogsttijd, zegt hij, en dan lacht hij weer. Geweldig, zegt de terrasbioloog. Lees meer
Na een stilte die wel twintig dagen leek te duren, keek hij toch in zijn ooghoek. Hoge hakken, donkere panty’s, strenge bril. En vier lonkende lokken, als wenkende tentakels. Groene, vurige ogen en lange, gelakte nagels. Een grijns. Karel voelde zich direct achtervolgd en plukte voort aan zijn tabak. Maar dat was geen blijvende oplossing. De tabak kruimelde op de tegels en waaide weg; ooit was de buidel leeg. Lees meer
Vijf minuten vertraging. Ik zie de zakkenroller alweer naar mijn rugzak kijken. Tenzij hij van lezen houdt, zit er niets van waarde in. Toch alvast bijna niets dat onvervangbaar is. Ik kijk dus maar weer weg.
Ze moest er zelfs om huilen. Zo erg snapte ze het niet. Waarom ik niet zuiniger op mijn spullen was. Letterlijk: tranen, zo verschrikkelijk vond ze het. Begreep er volledig niets van, dat ik mijn laptop zo verslonsde, dat ik mijn jas zo mishandelde. Lees meer