Korte proza

Soms wou ik dat ik nooit een boek had geschreven

Ze komen steeds weer terug, die dagen dat ik wou dat ik nooit een boek had geschreven. Laat staan elf. Momenteel heb ik er elf geschreven. Dat is niet waar. Ik heb er elf uitgebracht, twaalf hele geschreven, één boek is voor tweederde af, één boek voor vijfenzeventig procent, twee boeken voor vijftig procent en één boek voor zes procent. Ik heb net iets minder dan veertieneneenhalf boek geschreven.
Lees meer

Tranen

Er zwellen tranen in mijn ooghoeken op. Van die goeie, stevige biggelaars. Tranen moeten stevig zijn, net als regen. Gelukkig kunnen ooghoeken niet miezeren.

De mensen zien het. Ze zeggen: “Erg he, van Parijs ?” Ik beaam het allemaal maar. Het is heel erg. Mensen die zichzelf en anderen doodmaken om overtuigingen, om ideeën, dat is heel erg. Dat is altijd heel erg. Dat er naast deuren nu schoenen staan die nooit meer gevuld zullen worden, is heel erg. Er worden honden niet uitgelaten, geliefden niet gekust en toekomstplannen niet gesmeed omdat een handvol wanhopige gekken lood op een denkbeeldige vijand wilde afvuren.
Lees meer

De schaamte

Onderweg naar de literaire avond voel ik me een faker. Je bent ongeveer in zoverre een schrijver als dat je recent nog iets geschreven hebt, uiteraard. Net zoals dat je zo populair bent als het aantal likes op je laatste facebook post. Ik pak een biertje van de tafel en zet me op een krukje – in de boekenwinkel zijn alle stoelen al bezet.

We luisteren naar twee schrijvers. Één schuift heel erg een andere naar voren, die daar zelf ook wat van verrast is. Ik noteer een paar dingen in mijn zakboekje die me, al luisterend, binnenvallen. Het zakboekje is weer bijna vol. Ik werk de dingen die erin staan niet voldoende uit de laatste tijd. Het leven zet afwassen, lekke achterbanden en sociale verplichtingen in mijn weg. Ik kan natuurlijk besluiten niet aan het maatschappelijk leven deel te nemen en me volledig aan het schrijven te wijden. Maar wie voedert er dan mijn kat ?
Lees meer

Wijl het papier stil wuift

Zelfs op mijn minst productieve dagen breekt er wel een punt aan dat ik moet kakken. Daar zit ik dan. Meestal op een weinig comfortabele kunststof donut, wijl het papier aan de wand stil wuift. Ik weet meteen dat het een tijdje gaat duren. Geduldig geef ik me over aan het wachten op de eerste plons. Tot die tijd weet je sowieso niet hoe lang je nog bezig zult zijn.

Ik denk aan het maal waarvan de resten zich nu mijn lichaam uit persen. Het heeft me goed gesmaakt, meen ik me te herinneren. Ik leef minstens nog. Dat heb ik toch maar mooi aan dat maal te danken. Ik mompel zachtjes: Dankjewel, maaltijd. De maaltijd zegt niks terug. Of toch, heel zachtjes prubbelt er iets. Haast heeft het hele boeltje alvast zeker niet. Een duidelijk geval van slow food.
Lees meer

Dom mens

Ik snap het wel: er zijn al twee van die openklapplanken overleden omdat ik erop geplast heb. Dus nu heeft het baasje er drie, op drie verschillende plekken in huis. Zo te zien heeft hij er eentje meegenomen, want ik vind er maar twee. Niet dat ik hard aan het zoeken ben, deze dingen kunnen me niet heel veel schelen. Ze zijn lekker warm om op te zitten, vooral die wiebelige toetsenborden. Maar hij heeft er dus twee achtergelaten. Dom mens.

Het is een peulenschil om ze aan te zetten. Deze gaat zelfs aan zodra ik de klep opendoe. Zijn wachtwoord heb ik honderden keren ingevoerd zien worden vanaf zijn schoot. Ik deed alsof ik geconcentreerd mijn staart likte. En al die keren dat ik over het toetsenbord liep, oefende ik mijn type-skillz. Zolang ik niet met mijn volle gewicht op de letters ga staan, zzzzziiieeeett allllllllllessdrf errrrrrr norrrrrrrammmmmmmmmmmmaal uit.
Lees meer

Blijveling

Ja maar, zei hij. Maar de gezichten keken onacceptabel. Hij wou nog een jamaar uitspreken, maar ja. Zacht sputterde hij tegen dat hij helemaal niet weg wou. Hij was bang voor de zee, allereerst al. En ook geen ruzie. Niet dat het regime hem zinde. Maar dat kon je wegslikken. Daar was bier voor uitgevonden.

Prozacstad wou hem echt ook niet kwijt, verzekerden ze hem. Maar ja. Hij zat met zijn huis op het midden. En een historische locatie moet voor het nageslacht bewaard worden. Jamaar, sputterde hij nog maar eens. Al zijn spullen lagen in dit huis. Zelfs wat herinneringen. De Prozacstedelingen waren onvermurwbaar.
Lees meer