Het is scheverende schijn en
louterende onwaarde
Praten over piraterij en
leuterend met onbewaarden
Het is verdomme
valse muiterij !
Een stil trommende munt
die niet meer klinken kan,
De man van een schaduw
van een schaduw van de man
Loop verdomme naar
het planking en vlag
de wimpel op een lap
Je onprotest is hoogst
hilarisch, je ruggegraat
een slappe grap
Voel je je aangesproken,
luister dan maar
weer eens braaf
En ééns per jaar mag u
uzelf zijn, in een gek pak,
met bier
alaaf.
Dit gedicht verscheen in
“Onderop De Stapel Rechts”
De vierde dichtbundel van René van Densen verkent als thema verhuizen, transitie van één situatie naar een andere. Waarbij je altijd dingen kwijtraakt, maar er ook iets nieuws ontstaat, gesymboliseerd door kleine poëziedoosjes die je kunt uitknippen en die een nieuw gedicht vormen, maar waarbij je dan wel zes andere gedichten moet laten verdwijnen. Verdeeld in metaforische ruimtes in een nieuw huis verkent Van Densen wat je wel of niet mee moet nemen.
“Er lopen tig dichters rond in Nederland en Vlaanderen die al blij zouden zijn met de kruimels die van van Densens tafel vallen.” – Anton Voloshin

