Ik heb de nare gewoonte, zeker als ik iets gedronken heb, om tegen medetoiletgebruikers te praten. Vooral als ze net binnenkomen. Het liefst, zelfs, maak ik een opmerking die ze niet direct zouden verwachten. Ik maak van een toiletbezoek graag een verrassingsfeestje.
Vandaag zeg ik tegen de binnenkomer, terwijl ik naar beneden kijk, of hij ook niet de neiging voelt om tijdens het pissen te dansen. Gewoon, wat te heugwiepen, als sport, om te zien hoe wild de bewegingen kunnen voor de straal niet meer de pot in gaat. Mijn buurman grinnikt. Hij ritst open en begint zichzelf te ontlasten. Ik vervolg dat de salsa nog wel kan. Een wals wordt al moeilijker. Ze zouden daar een pot voor in de rondte moeten uitvinden, beweer ik. Weer grinnikt hij.
De grinnikjes zijn me te tam. Ik wil een lach, of feedback, niet van dat halfzachte. Ik dik aan dat het dansen kan, tot de straal verslapt. En dat zeker bij het nadruppelen er geen dansje gepleegd moet worden. Grinnik. Ik kijk naar mijn buurman die dichtritst en zijn handen wast. In het Engels vraag ik of hij Nederlands verstaat. No no, I’m Spanish, zegt hij en zwaait me gedag. Ik kijk naar mijn straal en heb geen zin meer om te dansen.

