En, langzaam, valt, de, deur, in, de, groef. Klik. Hij laat zich een opgeluchte zucht ontglippen. Goed, nu hoeft hij niet zo stil meer te doen. Ze kan hem amper horen en slaapt lekker verder. Snel schiet hij zijn schoen aan, hoppend op zijn voet. Sok onmiddellijk zompig van de sneeuw in de tuin. Snertweer ook.
De veter werkt natuurlijk ook niet mee. Ook direct kletsnat. En dan heeft hij nog maar één schoen aan. De ander is minstens zoveel gepruts. Tot overmaat van ramp zit er één veter niet door het laatste gaatje en wil het er ook niet doorheen ook. Half slaperig en binnenmonds vloekend priegelt hij het onding door het metalen ringetje. Als hij vervolgens eindelijk de schoen aan zijn voet heeft en de veter wil strikken, breekt deze. Ja, dat kon er ook nog wel bij.
Was hij gisteren gewoon naar huis gegaan, dan stond hij nu bij zijn koffiezetapparaat te genieten. Naar buiten te kijken naar de stumpers die over sneeuw en ijs ploeterden. Hij hoefde vanmiddag pas ergens heen, en dan was het al wel gesmolten. Maar hij moest weer zonodig teveel zuipen. En kijk. Dan word je dus in een vreemd bed wakker. Zo typisch, dit.
Het sleuteltje zit niet in de goede broekzak. Grommend zoekt hij alle zakken af. Hebbes. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het zijn fietsslot in wil. Uiteraard glipt het uit zijn vingers, de sneeuw in. Met pijnlijk stekende vingers wroet hij in de sneeuw. Waar is dat onding ?
Dan hoort hij zacht iets tikken. Hij kijkt op. Achter het keukenraam dampt een koffiekop. Erachter grijnst haar gezicht. Ze vraagt, goed hoorbaar door de ruit: Koffie ? Hij zucht en haalt grinnikend zijn schouders op.
Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad 2: Het houdt niet op”
Tien jaar na het eerste deel van Prozacstad, dat niet speciaal supergoed verkocht en geen rimpels veroorzaakte, vond René van Densen het ineens nodig om een vervolg te publiceren, en er zelfs twee keer zoveel verhalen in te steken. Niemand vroeg daarom, het kwam er toch. Nieuwe avonturen met de Opperpater en andere kleurrijke karakters in het stadje Prozacstad dat eerder een way of life is (alhoewel) dan een fysieke plaats.

