Ik ben een jonge koe. Plots ontdek ik een uitgang naar een plek waar ik eerst niet heen kon. Schuchter schuifel ik door de opening. Ik kijk om. Een paar andere jonge koeien kijken nerveus. Mijn beste vrienden komen nieuwsgierig aangelopen. We gaan een voor een het onbekende in. Maar wel samen. Het gras is hier sappiger, valt ons op.
Ik ben een sollicitant. Dit is mijn eerste gesprek na al die brieven. Mijn allereerste gesprek ooit. Iedereen heeft me verteld wat ik moet verwachten maar het gaat nu al anders dan ze zeiden. Ik moest hier wachten en ze kwamen zo. Er hangt kunst aan de muren waarvan ik me afvraag of iemand die ooit echt mooi heeft gevonden. Ik moet nog heel, heel veel jaren voor ik met pensioen mag. Hopelijk wordt dit mijn eerste job.
Ik ben een meisje in de rij. De brede man bij de deur laat sommige meisjes zo binnen, anderen moeten wachten. Ik vind het lastig in te schatten welke van de twee ik ga zijn. Of mijn vriendinnen. Zouden we allemaal binnen mogen ? Of allemaal wachten ? Misschien vraagt hij wel om legitimatie. Wie had onze passen ook alweer ? Waar wachten we eigenlijk voor ? Ik ben hier nog nooit binnen geweest maar het schijnt fantastisch te zijn. Nochtans zijn al die fantastische plekken hetzelfde. Ach ja, we wachten maar.
Ik ben een nieuw speeltje. Kinderhanden grijpen naar mij bij de kassa, hun ogen groot. Al mijn vriendjes gaan mee, ik uiteindelijk ook. Thuis wordt er een tijdlang enorm veel met mij gespeeld. Dat ik zelfs denk, mag ik een dagje rust alsjeblieft. Maar nu sta ik hier. Op een picknickdeken naast andere dingen uit de doos. De ditkanweg-doos. Ik kost twintig cent. Zegt het kind dat me amper nog een blik waardig gunt. In zijn ogen geen herinneringen aan al het samen spelen. Ik ben een centje voor de spaarpot. De mama is streng.
Als een bosje bloemen dat ook dingen doet. Zo heeft ze mij in huis gehaald. En nu kijkt ze naar me. Ze vindt me mooi, dat is een begin. Wel begin ik al wat te verwelken in haar ogen, maar het valt te redden. Nu dat dingen doen nog. Daar heeft ze grote verwachtingen van.
Ik ben een jonge koe. We zijn op een spannende plek, met vissen en dingen die we nog niet kennen, waarvan we niet weten of we ze kunnen eten. De grond is hier anders dan in de wei. Een vrouw bemoeit zich met ons. Ze komt aangelopen en maakt bewegingen waar we niet van weten wat we moeten denken. We lopen een andere kant op, zij loopt achter ons aan. Uiteindelijk zijn we terug waar we vandaan kwamen. Het hek wordt gedicht, daar staan we dan.

