preloader

We drinken zwijgend in de zon. Wij zijn de winnaars. We wonen in deze stad, en deze stad is een van de geweldigste steden in de wereld, en dat maakt ons geweldig. Wij zijn reuzen, en de mensen die elders wonen, zij zijn dwergen. Elke grote prestatie van mensen uit deze stad is de onze. Elke grote prestatie van mensen van elders, negeren we. Die prestaties tellen niet. Dat zijn bergbeklimmende mieren, terwijl wij op grotere hoogte, nee, bovenop de Godenberg strijden. Dit is ook de enige plek ter wereld waar dit bier zo lekker smaakt. Het bier is niet hier gebrouwen, maar dat zien we door de vingers. In elke andere plek op de wereld is dit bier smerig, maar hier, in onze Godenstad, daar valt het nog reuze, ha ha, mee.

We zingen reuzenliederen en laten reuzenboeren. Wij kennen allen elkaar en iedereen kent ons. Aan buitenstaanders valt niet uit te leggen hoe het is om een god uit Godenstad te zijn, zij kunnen het simpelweg nooit bevatten. Je moet het verdiénen om bij ons te horen. Niet dat wij er ooit voor hebben hoeven werken, dat spreekt voor zich. Wij hoorden er uiteraard direct al bij. Goden kennen Goden kennen Goden. Onze nobele inborst bracht onmiddellijke acceptatie. Godenstad is zelfs blij met ons in hun midden. We verrijken de stad. We hebben nog geen prestaties geleverd waar de andere Goden zich aan kunnen laven, maar dat ligt onvermijdelijk in het verschiet.

Op het toilet pissen wij Godenpis. We spoelen Godenwater door. Ons Godenwater is het lekkerste water van de hele planeet, en we hebben er zo véél van, dat we onze toiletten en riolen ook enkel het beste gunnen. We vergulden vanaf het terras de passerende Godinnen met gepaste erekreten. Ze zijn er niet allemaal blij mee. Maar dat zijn waarschijnlijk vrouwen van buiten. Import. Minderwaardig. Vrouwen met een kleine v. Die hebben nog veel te leren en presteren voor ze echte inwoners van Godenstad worden. We wenken de Obergod en bestellen nog een lading goddellijk gerstenat. Wat zeggen we, we bestellen de godendrank voor iederen op het terras. Laten we Ons eren, de Godenkelen smeren, en meelij hebben met eenieder die hier niet woont. Die zullen het nooit begrijpen. De sloebers.

Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad 2: Het houdt niet op”

Tien jaar na het eerste deel van Prozacstad, dat niet speciaal supergoed verkocht en geen rimpels veroorzaakte, vond René van Densen het ineens nodig om een vervolg te publiceren, en er zelfs twee keer zoveel verhalen in te steken. Niemand vroeg daarom, het kwam er toch. Nieuwe avonturen met de Opperpater en andere kleurrijke karakters in het stadje Prozacstad dat eerder een way of life is (alhoewel) dan een fysieke plaats.


Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *