In de spiegel kan ik niet goed lezen wat er op de poster staat. Want zo zie ik hem in spiegelbeeld. Uiteraard. Ik gooi wat water in mijn gezicht en zet mijn bril terug op. Ik zou om kunnen draaien en de poster gewoon kunnen lezen, maar ik moet weer moeilijk doen. Rustig ontcijfer ik het spiegelschrift. Ontcijfer ? Waarom zeg ik ontcijfer ? Er staan geen cijfers op, tenminste, buiten het huisnummer en de datum en tijd en zo. Ontcijfer. Aansteller. Alsof je hogere wiskunde aan het toepassen bent. Je bent gewoon achterstevoren aan het proberen te lezen. Maak het niet meer dan het is.
Op zich ziet het er interessant uit. Wat ik ervan kan lezen. En het is vanavond. Ik heb geen plannen die ik ervoor moet verschuiven. Ik zou kunnen gaan. Voorzichtig maak ik de plakbandjes los en even later loop ik met de poster over straat. Ik ken het adres, maar heb blijkbaar toch besloten de poster mee te pakken. Wil ik hem bewaren soms ? En waarvoor ? Ik zou hem onderweg kunnen weggooien, maar doe het niet. Ik lees de poster nog eens, begin er nog meer zin in te krijgen, en versnel mijn pas.
Met poster in de hand sta ik voor de gesloten deur. Gek. Het begint zo, maar de deur is nog dicht. Even voel ik in mijn zak, haal dan mijn huissleutels boven. Steek mijn sleutel in het slot. De deur zwaait open, hij piept, ik moet de scharnieren smeren. Ik loop terug mijn gang in en sta even later weer naast de spiegel. Voorzichtig hang ik de poster terug aan de muur en kijk weer naar mezelf in de spiegel. En dan naar mijn poster waarop ik thuisblijven aanprijs. Geweldig concept. Ik had dit voor geen goud willen missen. En zometeen doen we nog een blokje om. Zo kom ik wel aan mijn stappen.

