In een te lang bericht vind ik mijn helderheid. Een ander leren kennen. Nog niet zeker waar het toe leidt. Maar ze wil het wel beleven.
Ik rook op het terras in de regen. Een paar vreemde, wel mooie ogen priemen even naar me. Ik negeer het. Staar naar de regenstriemen.
Weer iets dat voor niets blijkt, daar ben ik nog niet. Volgende paar misschien. Of dronken armen die me vast wel weer vinden.
‘s Nachts huil ik wat. De kat komt miauwen en mijn gezicht likken.
Ik kijk in haar ogen.
Op Halfweg 2 te Gent, net achter het Halfwegpark, ligt een kleine woongemeenschap genaamd De Assels. Die doen tijdens de Gentse Feesten een paar keer gewoon iets zelf, daar. Want het is daar gezelliger en kleiner en fijner dan in het centrum momenteel. En dus doen ze vanavond ook iets met poëzie. Met mij erbij, en Sven De Swerts en Loeke Vanhoutteghem. Die laatste twee zijn supergoed dus het is toch de moeite. En ik ben voor het eerst weer eens live in de legerjas te zien. ‘t Begint ergens rond 19u.
Mijn lief zegt dat haar zoontje ooit stellig zei dat chips ook belangrijk zijn. Hij vindt chips nog steeds belangrijk. Ze vertelt nog meer mooie verhaaltjes over haar zoontje met een lieve gloed in haar ogen. Ik zeg dat ze mooie verhalen vertelt en ze zou moeten opschrijven. Ze lacht en ik zie dat ze dit niet gaat doen. Even vraag ik me af of ik haar verhaaltjes anders niet zou moeten opschrijven. Schrijvers zijn eksters. Zelf heb ik alleen collega’s om over te vertellen. Ik zit nog ver van mijn pensioen. Haar zoontje is zeven en superschattig. Het is nu of nooit. Maar we knuffelen op de zetel. Dat is ook belangrijk. Lees meer
Ik kijk verstoord naar de deurmat wanneer ik mijn fiets binnenrijd. Het is bloedwarm buiten, zweet stort zich van alle windloze richtingen mijn lijf af en er ligt een briefje van de postbezorger. Dat ik niet thuis was. Mijn pakketje is drie deuren verderop afgeleverd. Ik verwacht geen pakketje. Geërgerd zet ik mijn fiets in de hal, gooi er mijn rugzak naast, gris het papiertje en loop de deur uit. Dan meteen het pakketje maar ophalen. Ik trek de deur dicht en denk shiiiiiiiiiiii-
Door het raam zie ik de sleutelbos uit het fietsslot bengelen. Daar sta ik dan. De deur is duidelijk in het slot. Er zijn geen grote ramen open waar ik door binnen kan klauteren. Binnen hoor ik de kat miauwen. Ik krab even op het achterhoofd. Gelukkig heb ik een key buddy vlakbij wonen. Ik grabbel mijn gsm uit de broekzak en stuur hem een bericht of hij thuis is. In de ongenadige zon sjok ik naar zijn deur. Sissend verdampt het zweetspoor achter me. Ik vervloek mezelf om dat stomme buitensluiten. Maar goed. We kunnen het oplossen. Lees meer
Het is wennen. Misschien te snel. Ik heb geen vragen in mijn hoofd. Zij wel. Soms. Maar alles gaat vanzelf. We zijn rustig rondom elkaar. Blij, vrij van twijfels. Terwijl ik dit schrijf maak ik me bijna ongerust of mijn lezers dit wel interessant vinden. Alles gaat goed. Vanaf dat we elkaar ontmoetten. Als er een conflict sluimert, voel en zie ik het niet. Ik wil gewoon zoveel mogelijk bij haar zijn en het voelt ook steeds perfect wanneer we samen zijn. Lees meer