Ik zou
gewoon willen liggen,
smelten, niet meer bijzijn
Met jou
zag willen ziggen,
waaien, zonder bijzaak
Getrouw
kaf met het koren,
oogsten, samen vrij zijn
Een bouw
schuil verschoren,
kudden, zonder zijzitten
Ik zou
stemmen laten zingen,
vogels, zonder eiwitten
Met jou
dongen naar de dingen,
sieren, niet bijzitten
Getrouw
zullen wij verdwijnen,
duelen, samen wij zijn
En plots
zullen wij verschijnen
eenheid, zonder wijzaak.
Dit gedicht verscheen in
“Onderop De Stapel Rechts”
De vierde dichtbundel van René van Densen verkent als thema verhuizen, transitie van één situatie naar een andere. Waarbij je altijd dingen kwijtraakt, maar er ook iets nieuws ontstaat, gesymboliseerd door kleine poëziedoosjes die je kunt uitknippen en die een nieuw gedicht vormen, maar waarbij je dan wel zes andere gedichten moet laten verdwijnen. Verdeeld in metaforische ruimtes in een nieuw huis verkent Van Densen wat je wel of niet mee moet nemen.
“Er lopen tig dichters rond in Nederland en Vlaanderen die al blij zouden zijn met de kruimels die van van Densens tafel vallen.” – Anton Voloshin

