En ik schreef

Verhaal door René van DensenEn ik zag weer dingen en schreef weer dingen maar geen woord op papier want niet alles is voor uw ogen. Ik hoorde en rook dingen en deed mijn gebruikelijke best ze te negeren. Ik hou mijn bui liefst stabiel. Er schuilt woede in mijn hart, maar het mag er niet zomaar meer uit.

Af en toe breng ik de woede een glas water of een kop thee. Dan babbelen we wat. De woede zegt dat hij eenzaam is. Ik zeg dat de woede mij eenzaam maakt. We drinken dan samen ons water of onze thee. En ik schreef. Ik schrijf niet, ik schreef. Nooit schrijf ik in het heden. Je zet woorden op papier, maar je schrijft niet meer. Zodra de woorden komen, ben je aan het schreven.

De woede zegt dat hij me mist. Ik zeg dat hij het goed voor elkaar heeft. Warm bloed, een pompend ritme. Omhelsd door liefhebbende aderen. De woede zegt dat hij zich gekooid voelt. Ik zeg dat het niet de tijd is voor de woede. Hij moet geduld hebben. Traag drinkt de woede van zijn thee en vraagt wanneer hij eruit mag.

Ik zie dingen en ik ruik dingen en ik hoor dingen. Maar ik schreef. En kalm drink ik iets van een doodslaand bier. De zon prikt lijnen in mijn ogen en ik snak naar de rust van de nacht. Zo gaat de zon ten onder in oranje gloed, wanhopig naar mijn pupil reikend. Maar de zon komt niet zomaar meer binnen.

Ik loop over de straten. De mensen die niet van onrust houden, liggen op hun oren en achterhoofden. Sommigen liggen met hun snoet in hun kussens te kwijlen. Morgen mogen ze de dag weer hebben, nu is hij van mij. Mijn zolen ketsen echo’s tegen de donkere huisgevels. En ik schreef.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *