Als ik iets sneller had doorgelopen. Want de vorige miste ik slechts op enkele minuten. Had ik kunnen halen. En de sprinter, waar mijn collega naartoe rende, had zijn bestemming misschien ook nog bereikt. Maar ik had er gewoon geen zin in, in dat gehaaste. De trein van zeven uur was immers ook prima. Muziekje op de oortjes, boekje op schoot en lekker op het perron wachten, met schuine blikken om de andere perronbewoners te observeren. Het was een lange week geweest, dat half uurtje maakte nu ook niks meer uit.

Als ze ons bij het laatste tussenstation, waar we toch stilstonden, hadden laten uitstappen. Er rijden daar bussen, of ik zou een vriend kunnen bellen met alternatief vervoer. Tien kilometer is een minder grote vriendendienst dan veertig, immers. Bovendien was ik dan misschien wel ter plaatse een cafeetje in gedoken en wie weet waar dat toe geleid had. Ergens in het dorpje had ik me al eens anderhalf uur prima vermaakt, al zou het even zoeken zijn hoe ik daar ook alweer beland was.

Maar we mochten er niet uit. En we gingen terug naar het vertrekstation. “Aanrijding met een persoon” werd als reden omgeroepen. Geen treinverkeer mogelijk. Dus wat doe je dan als treinveteraan ? Je denkt vooral niet aan wie de aangereden persoon zou kunnen zijn, want elk jaar zijn er zo nog een boel meer. Vaak springen ze zelf. En zonder enig respect voor andermans weekend. Maar mijn weekend, daar ging ik toch écht voor. Dus als treinveteraan weet je dan wat je te doen staat. Je reist door naar een ander station waarvandaan een trein naar je stad rijdt. Kijken of die lijn misschien nog open ligt. Maar niks hoor. Ook daar bleek de aangereden persoon in de weg te zitten.

Als ik nu niet zonodig een bier wou. En toch nog op één volgende trein wou gokken. En even naar het toilet was gegaan. Dan had ik een van de drie eerdere bussen genomen. En dan zat ik niet in deze. En stel dat zij net een gebroken hak had gehad. Of op tijd was vertrokken voor één bus eerder. Of dat iemand wel had aangeboden haar even te brengen. Stel dat ze zich ineens had bedacht dat er geen saldo meer op haar buskaart stond. Dat ze die was gaan opl aden. Stel he, stel.

Dan had ik nooit die ogen gezien toen ze instapte. En, nadat ze in de stoel voor mij was gaan zitten, die glanzende oren ook niet. Misschien zit u daar helemaal niet op te wachten, op een stel glanzende oren. Maar het maakte mijn hele avond alvast weer goed. Omdat stel, he. Stel.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *