Kort
Lang niet altijd heb ik zin om een heel lang verhaal te schrijven, en ik word, al zeg ik het zelf, steeds beter in het doen waar ik zin in heb.
Lang niet altijd heb ik zin om een heel lang verhaal te schrijven, en ik word, al zeg ik het zelf, steeds beter in het doen waar ik zin in heb.
Het is zo’n dag waar niets echt speciaal aan is: het is gewoon vroég. Voor de rest is het eigenlijk voornamelijk een herhaling van vroegere zetten, in een iets andere volgorde. Althans, dat verwacht ik er zelf van. Is het cynisme of ben ik nu eindelijk volwassen ? Goed dat er koffie is.
Lees meer
De terrasbioloog is aangeschoven bij de barbecue in mijn tuin. Dat maakt hem ineens een tuinbioloog. Of een barbecuebioloog. Hij lacht, grapt, eet. Wanneer hij mijn kat ziet, moet hij meteen naar haar toe.
Mijn kat moet niks van mensen hebben. Ze lijkt wel wat op haar baasje. Dus zij ontloopt de tuinbioloog, en de tuinbioloog er maar achteraan, met uitgestrekte handen. Als een hebberig kind. Kat rent, tuinbioloog rent.
Lees meer
God, ja, die wel. Die had een rustdag. Sterker: hij heeft zich zes dagen een beetje uitgesloofd en daarna vond hij het wel best. Beetje uitkering trekken en TV kijken tot in de eeuwigheid. Als de productiviteit van God in een grafiek uitgedrukt werd, dan had je zes daagjes dat er wat piekjes waren, en een oneindig lange lijn dal. Elke dag is verdorie een rustdag voor Meneer, maar zondag dus al helemaal.
Lees meer
De putjesschepper
Wordt aanbeden
Door kuilen
Die onuitputtend
Hoop putten
Om bergen te verzetten
Om nooit in de put te zitten
Om diepgravende inzichten
Om wat water
Om de snakkende ziel
Mee te laven
Lees meer
Het is elk jaar weer raak in de plezierhaven van Prozacstad, en het gemeentebestuur is het beu. Het begint soms aan de linkerover, dan aan de rechteroever. Vroeg of laat staat er een Boze Man, en die begint te roepen. Al snel staat er aan de overzijde een Boze Overzijdeman, ook te roepen.
Lees meer
Meestal blijf ik er ver bij weg, maar zo af en toe, wellicht uit masochistische neigingen, moet ik toch een blik in de beerput werpen. Het is een fascinerend verschijnsel, zo’n beerput. De lucht alleen al die in je gezicht slaat, is nergens mee te vergelijken. Heel warm, vooral. Je huid tintelt. Toch voelt iedere laatste porie dat dit geen gezonde zeebries is.
In de beerput spartelen mensen. Ooit heb ik me wel eens afgevraagd of ik de mensen uit de beerput moest helpen. Maar de mensen zijn graag in de beerput. De beerput is hun hele leven. Ze gooien handenvol stront naar elkaar, en heffen daarna wanhopig hun armen ten hemel en roepen op hoge toon dat iedereen hén moet hebben. En dan pakken ze weer wat stront en wordt er nog een keer gegooid.
Lees meer
Mijn terrastafelgenoot denkt even na. “Ik noem het dan wel vakantie,” zegt hij, zijn woorden zorgvuldig wegend, “maar in feite heb ik die tijd ook niet verspild of zo.” Vervolgens weidt hij honderduit over cursussen die hij gevolgd heeft, boeken die hij gelezen heeft, onderwerpen waar hij zich gigantisch in verdiept heeft. En ik luister, en bedenk me dat ik met mijn ‘vakantie’ eigenlijk helemaal niet zoveel gedaan heb.
Lees meer
Ik zou best een rapper willen zijn in een puriteins land. Amerika of zo. Waar ze piepjes of stiltes inlassen wanneer je woorden zegt die je niet hoort te zeggen. Alsof er woorden bestaan die je niet hoort te zeggen. Maar sommige woorden dienen blijkbaar vooral niet gehoord te worden. En daarom mag je ze niet zeggen.
Lees meer