Ik sta voor de kast en vraag me af wat ik meeneem. Morgenavond draag ik een gedicht voor. Ééntje. Het is een gedicht als inleiding op een film die vertoond wordt. Het is mijn tiende filmgedicht. Toch word ik nog elke keer zenuwachtig.

De film is wel heel mooi. Het begint met een oude vrouw die een poëziecursus gaat volgen. Maar dan duikt er een dood meisje op. Plots komen er hordes reusachtige monsters en die stampen haar dorpje plat. Alle gebouwen gaan eraan. De monsters blazen vuur en schieten bliksems. Vanalles ontploft en mensen duikelen door de lucht. Ze roepen Aaaaaaaaaaah. Boem, knal, flits, Aaaaaaaaah.

Dan duiken er plots zes Chinese dichters op. Iedereen dacht dat deze dichters dood waren, maar ze leven nog. Het zijn de Poet Rangers. Ze pakken hun pen en papier en fluks schrijven ze gedichten. Hierdoor worden ze levensgroot. Ze vechten met de monsters. Dan duikt er een enorm monster op dat zeker tien keer zo groot is als de andere monsters. De dichters lijken aanvankelijk snel verslagen. Maar een pep talk later hervatten ze zich. Ze springen op elkaars schouders en vormen zo één Superdichter. De Superdichter zwaait met een enorme, en nogal fallische vulpen. Na een bittere strijd legt het monster het af. De dichters doen een vreugdedans. Ze hebben de dag gered. De dorpelingen zijn veilig. Aan het eind zeggen de dichters tegen de dorpelingen dat ze trouwens ook wat bundeltjes te koop meegenomen hebben. De dorpelingen zeggen dat ze geen geld hebben, maar de volgende keer kopen ze zeker een bundeltje.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *