Ontkleed
Ik
ontkleed mijzelf
scheur de stugge
olifantshuid los
en onthul
een boetekleed
dat me strak
omhult
Lees meer
Ik
ontkleed mijzelf
scheur de stugge
olifantshuid los
en onthul
een boetekleed
dat me strak
omhult
Lees meer
Toen je nog
over straat dartelde
met een ballon
trots
in je klauwen
De wereld kon
niet mooier
want
een ballon !
Lees meer
Zweven in stilstand
omdat je anker gedompeld is
in vluchtig ongeloof
Zoevend langs wolken
die drijven zonder drang
water dat een tourke zet
Lees meer
het start met loslaten
– of werd ik geduwd ?
vallen, en
– jezelf wijsmaken dat je vliegt
vooral ergens héén
– zoete illusie dat je weet wat je doet
Greep ik nog ?
– werd ik losgepulkt ?
Achter gesloten deuren
lacht, luidruchtig en vol leven,
wie ik net nog was.
– Wie van ons had de sleutel ?
Mijn nagels scheuren
elke dag
wat verder af.
Lees meer
Haar varkensoogjes
heeft ze kunstig
uitgelijnd tot het
ergens op leek
Haar smalle lippen
ondergingen een
fors gesubsidieerde
wegverbreding
Ook de rest van
de renovatiepremie
ging op aan dikke
chemische plamuur
Lees meer
Ik zie er geen been in.
Het lijkt echt nergens meer op, zelfs.
Hoog tijd voor nog een sigaret.
Snap er helemaal niks meer van.
Lees meer
wol / wol / wol
verf het / maar vol
nee / werpt de wol / streng / tegen
bol / het af
ik ben van / kunst wol
en zal het / schilderen
als het / kan
op / canvas
Lees meer
“En, hoe gaat het met de kaarten ?” vraagt ze me direct wanneer ze gaat zitten. Ik glimlach. Toch een indruk gemaakt. “Ik vind dat zo gek, van die kaarten van jou,” vervolgt ze, “ik zie nooit kaarten op straat. Dat is écht gek, hoor.”
Lees meer
Een lange, maar écht verdomd lange dag. Een kantoor waar het veel te warm is geweest en waar het nu muf en zweterig ruikt. Een verrukkelijke klik van het slot. Een straal in de ogen van de ondergaande zon. Een plaagwindje – toch maar de jas dicht. Een vermoeide tred naar het station.
Een groep lachende toeristen. Een frons. Een setje oortelefoontjes en een prettig muziekje. Een veel te vol hoofd om er ook nog buitenwereld in te laten. Een weerspiegeling in een winkelruit – ben ik dat écht ? Een zucht. Een kromme rug en een ferme vervolgpas.
Lees meer
“Dit is een bijzonder moment,” zei ze, maar Karel keek haar nog altijd niet aan. “Iedereen die je ooit gekend hebt,” vervolgde ze, “loopt op dit exacte moment ergens op deze aarde rond. Enkel jij zit.” Karel overwoog de woorden. Als ze waar waren, was dit inderdaad een vrij uniek moment. Het was sowieso bijzonder dat iedereen die hij ooit gekend had, blijkbaar nog tot rondlopen op deze planeet in staat was.
En toch, wat moest hij met deze informatie ? Dat zij lopen en hij zat, dat hield geen verband met elkander. Deze vrouw probeerde hem iets aan te praten, dat was duidelijk. Haar intonatie klonk verwijtingsvol. Dus Karel zit, so what ? Zij toch ook. Alsof zij ijverig rond loopt te lopen met al die duizenden anderen die hij ooit gekend heeft. Ze zit maar mooi naast hem, de hypocriete trut.
Lees meer