Elk

Elk gevecht
is een dag, het mag
een nederlaag kosten

De strijd
is bereid, het smaakt
naar minder van meer

Elk woord
commandeert, soms verkeert
er een ander

Misverstaat
elk gevecht, de strijd,
elk woord, een eik
groeit stil en slaat gade

Hij zag er al
duizenden eerder
en ooit staan

Deze woorden
op wat rest
van zijn vel.

Sitespeed

Toen het internet een highway was
een van cyber bovendien
Stond er ook heus wel wat nonsens op
en was lelijk om te zien

Je surft, klik klik
Je surft, klik klik
Maar het internet was clean
We wisten best wat Fake News was
En telden al voor tien

Toen onze klik een euro werd
werd-ie razendsnel verdiend
En werden sluwe plannetjes
geslepen uitgekiend

Je chat, klik klik
Je koopt, klik klik
En soms werd er eens gegriend
Maar we kochten er wat slimmer door,
Werden pienterder gepiend
Continue reading “Sitespeed”

Wonde

Auw. De tijd
kerft een diepe ronde wonde
in mijn onbestaan,
vernietigt mijn nietigheid.

Draadt de dagen ongevraagd
aaneen, met brute bajonetsteken.
Wondvocht waait
uit mijn ogenhoek.

Dagen worden dagen, vervaagd,
worden verdaagde weken.
Toekijkend, kraait
een scherpogige roek.

Met poreus krijt
kerf ik elke verbaasde stonde
er achteraan,
noem het gezelligheid.
Continue reading “Wonde”

Hoe Leven Mensen Dit


Graten in het wier
En botten in het gras
Lijkenpikken wat allang,
niet breed, verloren was

Zijn adult moviestars odolen, vraag ik
En weer had ik het beter de wind verzocht
Maar je lacht vergevingsgezind,
verzacht

Enfin Terrible
die ik ben en was en blijf
Maar we bladeren onze boom vol
met zo min mogelijk aan’t lijf.

Kluts

Gevonden: kluts
niet mijn keus,
maar modieus

Zorgvollig
verzorgd, zo goed
als beter

Betweter

Met een klats
klist mijn kluts
mijn klots

Dus tegen elk
aannemelijk
mag hij weg

Betweener

Echt geen klets
deze kluts is
een klus

Maar wie weet:
weet hij wel
bij jouw wil

Beweter.

Lach

Bezie de huizen
als tenten, barakken
kwetsbaar, wankel
tijdelijk vergankelijk

Bezie de straten
als paden, loopgraven
vergraafbaar, te verbuigen
weer een straatplan in duigen

De etalages als kampen
de snackbars als rampen
de draaideur als barricade

Bezie de planeet
als maar een wereld
met maar een mensheid
en wie weet wat dán

Maar ik bezie jouw lach
en zeg je

Dat je tanden kunnen vergaan en
je mond schrompel kan rimpelen en
je ogen in kunnen vallen en
zelfs jij er niet meer zou kunnen zijn

maar die lach,
die overleeft, wellicht
zelfs mij.

Contactloos

Het start
met contactloos betalen
(een zwaai in de lucht)

Voor een
mechanische handeling
(met elektronische zucht)

Geregistreerd
kilometers verderop
(weggevlucht)

En beschreven
voor een blauwe duim
(een ware klucht)

Want alleen echt,
authentiek, is ziek
(realiteitsonbekwaam)

We bezien alles
vanuit een bestaanscouveuse
(door een raam)

Achter tralies
die we mee hielpen bouwen
(ooit wolfraam)

Brandt nog vuur
maar contactloos aan het doven
(eenzaam.)

Nu al fout


Ik ben nu al fout
in deze oorlog
want overleven
zal ik niet

En enkel zij
die nog staan om
het na te vertellen
worden gehoord

Nu al verloren
in deze strijd
want verleren
kan ik niet

Enkel zij
die nog niet
beter weten
worden verhoord

Al gedeserteerd
voor er zijden zijn
want tandeloos
kies ik niet

Enkel zij
die grijnzen
bij het gloren
worden bekoord

Allang opgegeven
in deze slag
want welslagen
kan niet meer

Enkel zij
met nog twee
wangen te keren
worden vermoord.