Teksten

Per mail be(v)rucht

Toevallig weet ik iets van deze voorstelling. Nog naast dat ik de beide dichters persoonlijk ken. Op het niveau dat als zij ergens zijn, en ik ben ergens, dan zeggen we hallo en trakteren elkander wat. En als ze ergens optreden waar ik toevallig niet ver vandaan ben, dan zal ik niet nalaten de boel te komen checken. Anna Perneel én Romaan Namoor zijn beiden namelijk erg goed.

Maar ik weet toevallig ook wat van de tekst in hun voorstelling. Aan het begin van de voorstelling hoort u een stem die misschien bekend klinkt. Wat dat betreft vind ik het jammer dat ik er niet bij kan zijn: mijn debuut als voice-over. Het lijkt me wel lekker apart om mezelf te horen spreken terwijl ik gewoon in het publiek zit. Maar eventjes naar Brugge, dat is dit weekend geen optie.

Is het voor u wel een optie ? Dan moet u zeker even gaan kijken ! Drie uur ‘s middags is ook geen heel gek vroeg of laat uur, dus ik zou het u zeker aanraden. Lukt het niet, morgen ? Geen nood. Op 13 april is er in Gent, tijdens La Ville Perdue, om 16u een preview/teaser van deze voorstelling gepland. U weet wel, diezelfde dag dat we toch een paar uur later Poëzie Met De Hoed doen. Gewoon wat vroeger komen dus. Tot dan !

Tussen twee regels

Hij is tussen twee regels blijven steken, mijn romanpersonage. Een geschreven regel en een ongeschreven regel. En nu reikt hij weifelend naar het rolletje toiletpapier. Het is nog maar een dun rolletje en de dag ervoor kenmerkte zich met afwisseling van koffie en bier. Een dieet dat zich zojuist danig heeft laten gelden. Het papier gaat niet voldoende zijn, vreest hij. Hij kijkt rond in het toilet maar dit blijkt ook de laatste rol. Met een zucht doet hij zijn best met wat hij voorhanden heeft. Lees meer

13/4, Poëzie Met De Hoed, editie #2


En opnieuw gaat de hoed rond in Gent ! Op zondagavond 13 April zal een groep dichters samen met één hoed zorgen voor wederom een onvoorspelbaar evenement. De spelregels zijn en blijven simpel: wie de hoed krijgt, draagt een gedicht voor, en geeft daarna de hoed aan een willekeurige andere dichter. Niemand weet kortom wanneer en zelfs óf ze zullen voordragen. Een volledig nieuw poëzieconcept ! Entree nu nog gratis. Nu nog wel.

Meer informatie, klik hier

Adoptievis

Ik loop met een vis door de stad. Het is een adoptievis. Iemand met een lekke vijver waar een reiger alle vis al uit gevangen had, trof de vis aan bij het legen. Heel de horrorwinter overleefd. De vis is dik. Een taaie rakker, kortom. De adoptievis overleeft misschien zelfs de vijver in mijn tuin dus nog wel.
Vanaf een terrasje roepen wat bekenden mijn naam. Ik zwaai en roep dat ik niet kan stoppen, dat ik een vis achterop mijn fiets heb. De terrasmensen kennen me en niets verbaast ze meer. Ik loop door.
Het verbaast me dat ik middenin de spitsdrukte de vis relatief veilig kan vervoeren. De stoep ligt schots en scheef dus het water klotst vervaarlijk. De vis lijkt zich om niks te bekommeren.
Ik zie de Grote Literaire Gast van mijn stad over straat lopen. Ik ken hem niet maar herken hem direct. Hij ziet mij maar met een halve blik. Nog geen half oog voor de gele emmer met klotsend water op mijn bagagedrager. Hij loopt het meest voor de hand liggende schrijverscafé binnen terwijl ik doorklots. Schrijvers die nieuwsgierig zijn, het is een uitstervende soort.

Loco

Ongeduldig wacht ik op een zonovergoten perron. Ik ontvlucht mijn thuisprovincie. Van binnenuit wordt die provincie veroverd door drank, trompetgeluiden en melige seksuele innuendo. Ik ben een te subtiele en lieve jongen om me aan andermans schouders vast te klampen. Het fijne is: weg van mijn stad zijn alle treinen stil. Iedereen stroomt toé, niet weg.
Het is zelfs zo stil dat halverwege de reis het enkel ik en de machinist nog maar zijn. Hij roept om of er iemand in de trein is. Ik loop naar een conducteurstelefoon en antwoord hem. Al snel hebben we een leuk gesprek. Hij wou vroeger racecoureur worden. Ik wou stuntman worden.
Ergens middenin een zonovergoten weiland staat een reeks coupés stil. Vijftig kilometer verderop zoeven we met de locomotief over de rails. Lachend en gillend. De dag van ons leven.

Schandvlek

De godganse dag lig ik op de bank mijn eigen schandvlek op de maatschappij te zijn. Dat vergt inspanning. Zowel dat vlek zijn als het liggen. Liggen is verdomd lastiger dan het klinkt, de hele dag. Zo moet je echt bijtijds verliggen in een andere houding. Anders gaat alles pijn doen. Nooit doorliggen. Ook probeert de natuur van tijd tot tijd je tot opstaan te manen. Niet naar luisteren. Je kunt het best nog een tijdje ophouden. Als je écht niet wil, kun je heel lang een pijnlijke blaas tolereren.
Lees meer