De vork prikt en
Traag rollen de kartels van het mes
door mijn vlees
Vork naar mond
Kauwen
De wereld eet mij levend op
Stukje bij stukje
Elke dag wordt er weer wat
van mij afgeprikt
Met willekeur wordt er verorberd
Hier snijdt men in een herinnering
Daar gaat weer een stukje rug
Huid weer iets minder elastisch
Het mes snijdt in de vriendschappen
In de liefde en in de arbeid
En stukje bij stukje verdwijn ik
Ik krijg er enkel dagen voor terug.
Tijdens de lockdown leest dichter René van Densen elke dag een gedicht voor uit zijn dichtbundels. In navolging van Gert Vanlerberghe’s Balkonnenvrees heeft hij deze reeks Keukenvrees gedoopt. Op deze manier kunnen blinden en slechtzienden ook wat van zijn poëzie meekrijgen en hebben het bijkomende voordeel dat ze René zelf niet kunnen zien. De bofferds.
Dit gedicht verscheen in
“Papierpulp In Spe”
Dichter René van Densen lag ooit volledig in de kreukels. Burn-out, heet zoiets. Hij kon niets meer, al zijn filters stonden uit, drie boodschappen bij de winkel waren teveel, hij ging door een hel. Noodgedwongen verbleef hij met zijn kat in een antikraakwoning en probeerde hij rust te nemen maar ook de situatie van zich af te schrijven. In 2014 vloeide uit honderden kleine en talloze keren herschreven tekstjes een dun dichtbundeltje als ode aan de kreukels. Want de bundel wist wat het was, nu wij nog: allemaal gewoon papierpulp in spe.
Tegelijk met deze tweede dichtbundel, verscheen ook een bundeltje ZKV’s (Zeer Korte Verhalen) uit dezelfde helse periode, getiteld Prozacstad: Je Bent Er.

