Doordringend kijken de ogen van mijn moeke in de mijne. Ik hou vol dat het goed gaat. “Eindelijk weer, moeke, na al die ellende. Het gaat écht alweer een heel stuk beter.” Ze blijft me aankijken. Zoals een kind dat voor het eerst hoort dat spruitjes heel goed voor je zijn. Die blik van ‘ja hoor, en koeien kunnen vliegen zeker’.
Maar ik houd voet bij stuk. “Ik heb werk, moeke, en ik ga er ook gewoon echt geld voor betaald krijgen. Niet zoals die dichtoptredens en de columns en andere dingen. Daar kreeg ik af en toe wel eens een biertje voor, maar voor dit werk krijg ik dus echt geld. Van dat geld dat in de werkelijkheid geldig is.” Die ongelovige blik is wat verzacht, de verkeerde kant op. Ze kijkt nu ronduit bezorgd.
Ik besluit het weer, naast het droge, ook te schetsen voor het grauwe. “Nee, de mensen kopen mijn boekjes en petjes niet genoeg om uit de kosten te komen, maar door dat geld dat eraan komt doet dat er niet toe. En ik ben wel vér uit de kosten. Sowieso heb ik nog steeds geld. En ik ben hard op zoek naar een nieuwe woning. Ik denk dat ik die gevonden zal hebben voordat deze woning gesloopt wordt, over een maand.” Het is een droef soort bezorgdheid geworden, bijna een meedogen. Ik zweet lichtjes want ik was toch echt overtuigd dat het best goed met me ging. Maar een mens raakt nog aan het twijfelen.
“De poes is ook gezond en gelukkig,” gooi ik het over een andere boeg. “Die reusachtige wond aan haar nek, daar is ze mee opgehouden die open te krabben. En dus is die nu al helemaal weg. Enkel die kale plek moet nog dichtgroeien. Ze speelt met de verhuisdozen en vindt het reuze spannend, al die gekke dozen ineens overal. Dolgelukkig, heus,” met een droge keel kijk ik in mijn koffiekopje. Een bodempje nog maar. “Wil je anders nog koffie ?”
Als ik op wil staan, pakt ze mijn arm vast. Half staand stop ik. Met haar andere hand geeft ze me een euro. Ze vouwt hem in mijn handen en duwt die zacht maar ferm dicht. Dan geeft ze er een bemoedigend klopje op met haar vlakke hand. Tevreden lacht mijn moeke. Met die hartverscheurende blik van iemand die tegen beter weten in ergens in blijft geloven.

