Dat krijg je ervan als je buitenkomt: een emmer oei op de stoep. Weer een emmer oei. Ik kijk links, ik kijk rechts, en zelfs nog heel even of er een UFO wegsnelt, maar de dader is allang gevlogen. Dus zit ik ermee opgezadeld. Een emmer oei. Verdomme al de zestiende keer deze week. Met een zucht controleer ik of tenminste het handvat goed vastzit. Eergisteren kon ik een schoen vol oei weggooien. Nu niet met tips komen hoe je oei uit je schoen krijgt, daar heb ik nu niets meer aan.
Sta je dan, met je oei. Die niet eens jouw eigen oei is. De emmer is heel vol. Iemand heeft van heel wat van zijn oei, mijn oei gemaakt. Ik roer wat met mijn vinger in de oei. Het is dikke oei. Dat is enerzijds positief, dan klots ik niet heel mijn gang vol oei. Anderzijds krijg je dikke oei moeilijk uit zo’n emmer. En waar giet je het in weg ?
Ik zet binnen de emmer oei bij de andere emmers oei. Ze stapelen zich op, maar ik weet niet hoe ik van oei af moet komen. Ik had wat gezocht op internet, maar er waren verrassend veel porno-resultaten. Weinig instructievideo’s. Ik vond er één: een man die toonde hoe je oei in een emmer giet, zelf bleef hij buiten beeld, ik herkende de stem niet. Dan loopt hij met de emmer de straat op en enkele blokken om – hij heeft de wandeling geëdit en alle straatstenen lijken op elkaar. Dan zet hij de emmer oei voor een deur neer en zegt “voilà.” Hij zoomt uit en ja hoor. Het is mijn deur. Ik staar even naar de emmer en vermoed dat die oplossing voor mij niet gaat werken.

