Ze is een canvasprint geworden. Ik lig op de bank wat naar haar te staren. Normaal zou ze nu op de rand van de bank naast me liggen te snurken, of aandringen dat ik onder een dekentje kruip zodat zij zich onder mijn knieën kan nestelen. Of normaal, normaal: doodgaan is heel normaal. Doodnormaal zelfs.

Ah, voor wie een setting wil: het is vroeg, het is nog donker, het regent op de koepel in de keuken. Ik moet vanmiddag pas dingen doen maar was de wekker vergeten uit te zetten. Ik heb mijn moeder al wel goedemorgen gestuurd. Ziezo, laat me nu verder met rust.

De foto was toevallig. Ook toen regende het, maar tussen buien stortte de zon even binnen. Ze lag onder de lavabo in onze miniatuurstudio te bekomen van haar sterilisatie en de zon deed haar deugd. Net op het juiste moment klik. Met licht dat een goedkope zakcamera helemaal niet zo hoort te kunnen vangen. Ze was mooi, jong, slank. Niet het koddige dikkertje van haar laatste jaren. Maar net zo’n lastpost bij de dierenarts. Zeven dierenartsen, zéven, die gevraagd hadden haar nooit meer terug te brengen. Hun bloedende schrammen deppend.

Het is wel te hopen dat het vanmiddag niet meer regent verdomme. Ik moet waarschijnlijk best wat stukken op de fiets afleggen. Dat moet ik eigenlijk nog uitzoeken. Maar ik lig hier nu even best. Inmiddels geleerd hoe ik dat zonder haar doe.

Dat had ik je nog niet verteld he ? Het was vrij plots. Ik had een kameraad op bezoek en we rookten wat op het koertje. Mevrouw kwam in de deuropening kijken, gaf me een lievige blik, maakte toen ineens een schreeuwend geluid zoals ik nog nooit gehoord had, en zakte door haar achterpoten. Geschrokken probeerde ik haar wat op schoot te troosten, ze liet het toe, dat was al een teken dat het mis was. Meer dan een keer per jaar op schoot.
Ze gedroeg zich raar, ik vermoedde dat ze last had van de zomerhitte en legde haar in de zachte koele wasmand. Later op de zetel, onder een dekentje. Maar elke keer dat ik even ging kijken leek ze verder weg te zakken. Ik zei mijn kameraad dat hij rustig zijn pint mocht drinken maar dat ik linea recta met haar naar de dierenarts ging want dit was niet goed.

Als kleine prut al. Voor ze haar ogen kon openen klauwde die al avontuurlijk om zich heen om van de bank af de wijde wereld in te gaan. Niet op één plek te houden. Maar toch ook niet té avontuurlijk – ik zie haar nog paniekerig in haar eerste gras. Doodeng. Ze klom in iets veiligs en bekends – ik. Op die foto zit ze voor het eerst op mijn schouders. Daar begon dat dus.

Of ze de laatste tijd wel gegeten had, vroeg de dierenarts bezorgd. Ongelovig lachte ik, vanochtend had ze zich nog volgeschrokt. Oei, want extreem suikertekort in haar bloed, ze was bijna in coma gevallen. Met suikeroplossing hadden ze haar nu terug wakker en bewust. De arts depte de krassen op haar arm. Ze is me er eentje hè, meneer ?
Voor een echo om het allemaal zeker te weten moest ze ergens anders heen. Vriendin met auto gebeld want die afstand was te ver voor de fiets. In de auto keek de poes rustig naar de passerende buitenwereld. Ook niet goed – die heeft nog nooit zonder wilde paniek in een auto gezeten. Maar nu keek ze als een dame in de winter van haar leven die zich een laatste rit door de landerijen liet welgevallen. Ik wist het daar eigenlijk al.

De regen is gestopt maar nu zit ik wat stom te janken. Literair ontzettend cliché dit. En de bank wordt nat zo. Nja het droogt wel weer op.

De twee dierenartsen gaven haar een tweede narcose want dwars door de eerste heen had ze hun handen en armen opengekrabt. Stiekem was ik zo trots op de Probleemprinses. Het onderling gemompel was veel beter te verstaan dan de dames dachten. “Zie je, het zit overal he, die viezigheid. Ook dwars door de darmen.” Dus toen ze uiteindelijk voorzichtig mijn opties schetsten, gaf ik aan al te weten hoe laat het was. Haar rustig houden bij de chemo was geen optie. Ze begrepen dat en depten hun schrammen. Ik zou haar nog een week of tien pijnstillers kunnen geven, alsof mijn kat medicatie te geven viel. Zeg het maar gewoon verdomme, die derde optie.

Of ik wenste haar even terug te wekken nog zodat ik afscheid kon nemen. Ja nee natuurlijk niet, wat heeft die kat eraan, dan heeft ze terug pijn en is ze bang en verward en nee. Dus gaven ze haar zachtjes een overdosis en werd de glans op haar ogen heel langzaam kouder.

Nu is ze een canvasprint. Ik heb er snorharen op geplakt die ik over de jaren in huis aantrof. Maar dit is zij niet, het is een toevallig veel te mooie foto van een kattenmodel. Dit is ze niet. Dit is een canvaskat aan de wand.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

2 gedachten over “Canvaskat”
  1. Is het een wederzijds stalk ochtend ja ? Dankjewel Marjon. Ik moest al veel aan haar denken de laatste maanden, werd tijd om haar einde eens te verwoorden. Lastig om te schrijven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *