De interviewster heeft een charmant lachje.
Schrijf ik dit om haar verlegen te maken, mocht ze dit lezen ? Nee, gewoon omdat het zo is. Ze heeft aanstekelijke humor, is vlot, heeft aan een half woord genoeg en haar pen vliegt in sierlijke krullen mijn woorden op papier. Ze doet me aan een ex denken. Die trouwens ook mensen interviewde en tegelijkertijd vlot en gevoelig in het leven stond. Maar die had koudere ogen. Van dat arctische ijsblauw alsof het uit vrieswand bestond. En de inktkrullen waren scherper.

De telefoonstem heeft een scherpig koud randje. Schrijf ik dit uit wraak om het onnodig strenge gesprek met iemand die alle macht over mij heeft ? Nee, het is gewoon zo. Ze zoekt duidelijk de balans in een veranderde rol en benadrukt dat ze voorheen mij meer ruimte zou geven zelf werk in mijn vakgebied te vinden. Maar in het nieuwe beleid moet ze mij zo snel mogelijk in een kadertje naar de arbeidsmarkt toe krijgen. Mijn vakgebied barst van de mensen die in die richting willen. Zelf weet ik dat niet meer zo.

Ik luister wat naar mezelf. Volgens mij heb ik vandaag een vlotte babbel. Dat is niet moeilijk, de interviewster vraagt naar dingen die al achter me liggen. Daar heb ik al zoveel over gepraat dat het op de automatische piloot kan. Verschuilend achter woorden weet ik niet of ik nog de speelse gedrevenheid heb om de stunts uit het verleden uit te halen, mocht ik er nu aan beginnen. Ik voel me oud. Ik zie dat haar nagellak ietwat weggesleten is en voel verwantschap met de lak.

Ik antwoord dat er gisteren nog een infomoment was waar ik heen ben gegaan. Voor de afvaldienst. Ik moest een geel hesje aan. Ik probeer afvalmedewerker te worden om geen werkzoekende afvaller te worden. Misschien dat ik van lichamelijk werk ook wat afval. Alle flauwe grapjes in mijn hoofd hou ik voor mezelf terwijl de telefoonstem me vertelt tot wat ik me allemaal kan omscholen waar ik misschien werk in kan vinden op kortere termijn dan waar ik al een kwart eeuw in werk. Ik doe mijn best om gemotiveerd en gedreven over te komen zodat de telefoonstem me een tijdje met rust laat.

Ik doe mijn best om een beetje leuk op de foto te staan. De interviewster laat de foto zien, ik kijk maar met een half oog. Mij maakt het zelden uit hoe ik op een foto sta. Ik heb een irritante grote puist op mijn wang, hopelijk zie je dat niet al te goed. Ze wil nog een foto met mijn witte koffiemok. Er staat “Hollanders zijn ook mensen” op. Ik zeg dat de mok een cadeau was, net toen ik al mijn servies in het geel had. Ze schrikt en zegt dat geel toch juist een heel slechte kleur is voor je gemoed, dat groen veel beter is ? Ik weet dat niet maar vind groen een nietsige kleur.

Het is veel te vroeg wanneer de oude man honderduit tegen mij begint te praten. Ik ben pas net in het café en dit is mijn eerste koffie, maar hij is blij even zijn verhalen kwijt te kunnen blijkbaar. De barman is een Griek die geen Nederlands spreekt dus ik ben de klos. Terwijl hij praat roer ik wat in de koffie en ik staar uit het raam. Straks heb ik een telefoongesprek en daarna een interview, maar nu wil ik even uit het raam staren. De bomen zijn niet groen meer. Maar binnenkort keert het voorjaar terug. Buiten hupt een merel met charmant hupje.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *