Terug binnen hangt een vreemd daglicht. De sneeuw op de keukenkoepel filtert de buitenwereld als een koffiefilter de drab. Ik leg het boek dat ik in het café las, terug op tafel, tot straks, en het verse brood in de broodtrommel. Vervolgens is het terug naar de ligbank en genieten van dit koesterlicht. Ik laat de laptop dicht en de lichtschakelaar ongemoeid. Even mag de sneeuw mijn binnenwereld inpakken. Straks moet ik vast wel weer voor allerlei dingen naar buiten, maar nu even niet.
Onder de witte deken buiten ligt al het straatafval dat een handvol mensen achteloos wegsmeet zonder achting voor de rest van de mensen. Onder het wit vind je de straat die alleen aangelegd is om werkers van huis naar werkplek en terug te brengen. Niets meer van te zien. Op flaneerroutes wordt alleen gestrooid als horecazaken er iets aan kunnen verdienen. Dat is niet waar, René: een medewerker van een dokterspraktijk maakte het looppad tot ver op de stoep weer veilig voor de patiënten. In volle sneeuwbui zodat hij over een half uur opnieuw de sneeuwschep mag pakken. Maar het siert hem. Ik lig op de bank aan de dappere aanblik van de scheppende man te denken. Dat is de betere zinloosheid, waar je nog wat aan hebt.
Alles ligt buiten een beetje wit en zinloos te zijn. Auto’s rijden stapvoets. Kindjes zijn niet vooruit van en naar school te branden want elk beetje sneeuw is te ballen. De wereld is om mee te spelen en binnen in de schoolbanken is geen speelwereld. Er staan torenhoge sneeuwpoppen langs de weg. Iemand oppert een groot sneeuwballengevecht en direct gaat de volledige buurt daarheen. Het nieuws en de regering sommeert iedereen die kan om thuis te werken vandaag. Het mag even stapvoets en met wanten aan allemaal. En ergens zijn we een beetje blij. Vorig jaar was de sneeuw in úren uit te drukken. Een half uur lang viel het, aan het eind van de ochtend was alles weer weg. En dat was het voor het jaar. Even is alles wat moet, alles wat stom is, alles wat nut moet hebben, weggewit. Niet dat we het verdienen, maar zo werken cadeautjes soms.

