Ik spoel het allemaal in swish cirkeltjes swish in mijn hoofd. Ik wil vandaag niet, dus was ik de woorden weg. Swish splash sploddel. Als wespen die per ongeluk de wespenval van een sadist zijn ingevlogen, spartelen de ideeën in mijn ingebeelde spoelwater. Ik gorgel ze in mijn kop en een voor een klotsen ze onschadelijk rond.
Ik wil gewoon niet, vandaag, voor niemand niet, voor mezelf ook niet. Meestal schrijf ik dingen op omdat ik het zelf nog wel aardig vind om terug te lezen. Vandaag is niet zo’n dag. Vandaag is een dag dat ik hardop tegen de kat zou zeggen: vandaag niet, poes, vandaag niet.
De poes is er vandaag niet. De poes is er al een heleboel vandagen niet meer. Ik heb niks te nietvandagen tegen de poes die er niet meer is. Ik heb een voet voor de andere voet te zetten onderweg naar de supermarkt omdat ik anders verhonger. En straks terug naar huis omdat ik daar het eten ga opbergen. Omdat ik daar woon en dus veel ben wanneer ik toevallig honger krijg. Ik heb er al heel lang geen kattevoer meer bij hoeven kopen, bedenk ik me.
Stilletjes kermen de ideeën in mijn hoofd en ik klots ze nog wat rond. Zacht zinken ze. Vandaag niet, poes. Vandaag niet.

