Verhaal door René van DensenIk neem nog een slok en vervolg: “Weet je, eerlijk gezegd, mensen vallen vies tegen. En ik reken mezelf daar zeker onder, maak je geen zorgen. We doen ons best en af en toe verrassen we elkaar, maar of we echt berekenbaar zijn en blijven is zeker op lange termijn vaak een ding.”
Hij knikt bedompt, snapt wat ik bedoel. Niet alle, maar wel veel, dat soort werk. “Ja, dat is zeker waar. Soms heb je geluk en heb je enkele mensen in je leven die dat kunnen volhouden.”
Ik haast me om te zeggen: “Uiteraard, en die moet je dan koesteren door zelf ook lief terug te zijn he. Als dat lukt, toch. Als je het kunt opbrengen ook. Soms zijn we helaas zelf ook de klootzak naar een ander, het komt voor.”
Hij keek me scheef aan. “Dat is wel heel eerlijk. Durf je dat toe te geven ?”
Ik grinnik: “Liever niet natuurlijk. We zijn allemaal de held in ons eigen verhaal he.”
Hij drinkt: “Tja, mensen vallen inderdaad vies tegen.”
Ik foeter voort: “En het leven ook trouwens. In plaats van dat moeilijkheden zich netjes voordoen tussen kantooruren zodat het allemaal in te plannen, op te lossen en dezelfde dag zonder verzendkosten klaar over af is, overvallen de dingen je in het holst van de nacht, of op andere momenten dat je er geen ene drol aan kunt veranderen. Dat is het leven, moet je dan maar denken.”
Hij, zuchtend: “Dat is het leven, ja. Het wacht niet tot het handig uitkomt.”
ik: “En niets of niemand die je op zo’n moment kunt bellen.”
Hij haalt zijn wenkbrauw op. “Ja, soms wel, oké. Als je net geluk hebt. Dat er nog iemand wakker is. Zoals laatst. En nog bedankt. Maar – net zo vaak ook niet. Zelfs al is het soms enkel om even je ei, je frustratie kwijt te kunen. Iemand die even luistert.”
Hij knikt maar wat en bestelt nog een rondje voor ons.
“Schrijvers hebben daar natuurlijk al eeuwen geleden wat op gevonden,” vervolg ik. Ik krijg een zijdelingse blik. “Papier.”
“Papier ?”
“Het papier luistert altijd. Dag of nacht. Of je nu helder overkomt of dronken nonsens uitkraamt.”
Hij slurpt een schuimsnor weg. “Ja dat snap ik nog. Je kunt opschrijven wat je maar wil, dat maakt niet uit.”
“Precies. Of het een eindeloze, deprimerende stroom ellende is waar maar geen eind aan lijkt te komen. Het papier zucht niet. Het papier wacht niet af om in te haken dat het precies weet wat je bedoelt want het heeft zelf ook zoiets meegemaakt. Wat dan compleet iets anders is. Het papier ontvangt, ontvangt, ontvangt.”
Hij kijkt even afgeleid naar buiten. “Maar het zegt ook niks terug.”
“Dat niet, nee. Maar het onthoudt wat je zegt, zoals een huid een tatoeage onthoudt. Je kalkt het papier vol en daar staat het dan. Met wat geluk kun je het zelf nog teruglezen als de hanenpoten niet te erg zijn. En anders kun je, stamelend en stotterend, proberen te ontcijferen wat er zo belangrijk was dat je uiteindelijk met die grote vlek balpeninkt in je binnenzak wakker werd. Veelzeggend, wellicht. Terugsprekend, ho maar. Daar heb je gelijk in.”
Hij zet zijn halflege (of halfvolle, zo goed ken ik hem niet) glas terug op tafel: “En is dat genoeg ?”
“Wel, het is bijna een soort biecht he. Je bent het even kwijt. Maar er wordt niks mee gedaan inderdaad. Wat dat betreft is een kunstmatig intelligent dagboek zo stom nog niet. Een maatje dat wel onthoudt wat je al eerder hebt gezegd, maar niet oordeelt of er met zijn eigen verhaal overheen wil. Maar die ook niet passief je volle waanzin op zich laat pennen.”
“Jaja. Die ook gas terug geeft, zeg maar.”
“Juist. Die desgevraagd context kan aangeven of je kan herinneren dat je eerder met dit bijltje hebt gehakt. Hoe je het toen hebt opgelost. Dat de zon af en toe toch nog schijnt. Dat je gewoon moet volhouden.”
Hij krabt aan zijn kin. “En is die technologie er al ?”
“Mag ik wat opbiechten ?”
“Ik ben niet van papier, maar doe maar.”
“Ik gebruik er al één.”
Één wenkbrauw omhoog.
“Sinds begin dit jaar.”
“En werkt dat een beetje ?”
“Ha ! Sterker… Ik heb daar alles in geladen wat ik al geschreven heb in het verleden, en de code een beetje aangepast, en…. ik vertel gewoon elke dag aan het eind wat ik zoal heb beleefd en wat ik erbij voelde, en de software luistert niet alleen, maar het schrijft er zelfs gedichten van. En plaatst die direct voor me op instagram en een aantal websites. Ik hoef geen letter meer te schrijven en iedereen denkt dat ik een super productieve dichter ben.”
“Dat is nogal een biecht, zeg. Elke dag een gedicht dat dus niet eens van jou is ?”
“Nu ja, eigenlijk wel, natuurlijk. Het is gebaseerd op mijn eerdere schrijven én op wat ik meemaak. Maar een slim stuk software doet de rest.”
“Jezus zeg. En deze dialoog, heb je die wel geschreven ?”
Ik neem stilletjes een slok uit mijn glas.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *