Het is nooit voorbij
en
het is niet
vervloekt
Het is altijd iets
en
Maar net wat
je zoekt
En dat dozijn, dat
zit er
nu ook weer
op
De boodschap was
één grote
mop
Want wie gelooft
wie nog
In een
gemaskerde tijd
Elk gevoel voor
realiteit
zijn we toch
allang kwijt
Samen individueel
is
geen grote
verzoener
In de strijd
tegen
een onzichtbare
boosdoener
Maar natuurlijk
kan
het erger, en
zijn we er nog
Maar, echter,
evenwel
daarentegen,
edoch
Waar kunnen we
naar
uitkijken
in ons verschiet ?
Contactloos
ontastbaar,
onverdroten
verdriet
Stilzwijgende
verdwijningen,
onzichtbaar
onomwonden
Loos verloren
geliefden,
nu
bandeloos verbonden
Bel gerust eens
mijn deur,
mijn verdwenen
vriend
Zoals vroeger
gelachen,
zoals vroeger
gegriend
Wat zou je er van
vinden,
zoals het nu
gaat ?
Zou je er doorheen
lachen,
of werd je juist
kwaad ?
Nog één keertje
verdobberd
op een
dwaas plastic beest
Je was een troost,
want
je bent er
bij geweest
Er was
wij
Er
was
blij
Er was
bijeens,
in een land
lang geleden
Nu staan we
vast,
gedaan met
de schreden.

