De Middelmaat (uit U Mag Mij Wegstemmen)


DE MIDDELMAAT

De middelmaat, hij is mijn maat
Mijn vriend, mijn bud, mijn kameraad
We plegen samen kattekwaad
We zijn tezaam van vroeg tot laat

Hij laat mij in sinterklaasrijm praten
Hij staat uitblinken ergens in niet toe
Als er eens fors gepresteerd moet worden
Maakt hij me liever lui dan moe.

De middelmaat, hij is mijn vriend,
We lachten samen, we hebben gegriend
Getwee hebben we ieder loonstrookje verdiend
En weer een fantasieloos maal opgediend

Hij fluistert me in dat goed niet goed is
En niet goed is juist het ideaal
Dat er schoonheid schuilt in grauw en grijs
Dat niemand iets opschiet met pracht en praal

De middelmaat, hij is mijn lief
Mijn onverlaatbare hartedief
Hij nestelt zich in mijn gerief
En voelt zichzelf een hoge pief

Hij heeft u ook te pakken
En u en u, maak mij niets wijs
Maar geen jaloezie, hij zal mij nooit verlaten

De middelmaat vergezelt me mijn hele reis.

Tijdens de lockdown leest dichter René van Densen elke dag een gedicht voor uit zijn dichtbundels. In navolging van Gert Vanlerberghe’s Balkonnenvrees heeft hij deze reeks Keukenvrees gedoopt. Op deze manier kunnen blinden en slechtzienden ook wat van zijn poëzie meekrijgen en hebben het bijkomende voordeel dat ze René zelf niet kunnen zien. De bofferds.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.