Het is allemaal
Al gezegd
Kut en dank
Seks en drank
Ik en de mijnen
Hebben Baccus al eeuwen geprezen
We zijn al achttien miljoen miljard maal
In u gekomen
En voor u verandert er niets
U doet morgen weer
Hetzelfde als voorheen
En voelt niets dat u niet
Eerder gevoeld heeft
Waarom doen wij dit nog ?
Zoeken wij de unieke woordensequentie
die ontsluit wat gesloten blijft ?
Zoeken we inzicht ?
Zoeken we gevoelens
Die anderen de miljoenen jaren verleden
Nooit gevoeld hebben ?
Het is allemaal
Al gezegd
Ook als ik u aankijk
Heb ik niets meer
Te vertellen dat ik
Nog niet uitgesproken heb.
Elk woord heeft alles al beschreven.
Ik kijk u dus maar in de ogen
En hoop dat een andere schrijver
De rest van dit gedicht
Nog op de plank heeft liggen.
Tijdens de lockdown leest dichter René van Densen elke dag een gedicht voor uit zijn dichtbundels. In navolging van Gert Vanlerberghe’s Balkonnenvrees heeft hij deze reeks Keukenvrees gedoopt. Op deze manier kunnen blinden en slechtzienden ook wat van zijn poëzie meekrijgen en hebben het bijkomende voordeel dat ze René zelf niet kunnen zien. De bofferds.
Dit gedicht verscheen in
“U Mag Mij Wegstemmen”
In een reeks dichtbundels moet er altijd één het debuut zijn, en René van Densen besloot meteen van wal te steken met een titel die ironisch en zelfrelativerend is. Het is niet eens zijn dichtbundel maar een duo-dichtbundel samen met Bob ‘Bobadas’ Minne, die met zijn zevende dichtbundel al fors de diepgang in ging. De afbeeldingen op beide kaften tonen dan ook de stationstrap in Roosendaal – tussen Gent en Tilburg de halfweghalte – waar Bobadas’ kaft van boven naar beneden ‘kijkt’ en Van Densen’s kaft van onderaan naar boven.
Maar René had al een flink arsenaal aan podiumteksten en daar zitten achteraf nog best een paar aardige teksten bij, die de tand des tijds aardig doorstonden.

