Worstel

Ik
worstel mij
door de beweging
worstel mij er weer door
Ik ken de stappen
stappen brei

Ik
onwerkelijk mezelf
ontworsteld, blijf een brei
er niet bij, de
worstel niet machtig
weg van mij

Ik scheer me
weg, haar voor haar
waar ik geen weg
mee weet, watert
weg van mij

Wordt dit
ooit weer meer dan worstel
ben ik ooit weer meer
dan brei

Gaan we nu weer door als wij
Of als jou
en wellicht
mij

Water is


Verhaal door René van DensenIk ben hier lang niet meer geweest. Maar ik was hier al vaker. Nu is het in een nieuw huis. In deze woonkamer ben ik hier nog niet geweest. Alles is onwerkelijk. Nieuw. Op een slechte manier. Reset. Ik zet een nieuwe waterkraan aan waar nochtans mijn vingerafdrukken op staan. Ik trek mijn kleren uit en zwaai ze in de wasmand. Dit zijn de eerste kleren na. Eronder liggen nog de kleren voor. Straks gaan ze allemaal bij elkaar in de wasmachine. Niet meer uit elkaar te houden.

De bedoeling was dat het bad zou helpen. Maar het is maar stom zitten in warm water. Schuim. Ik plons wat met mijn vingers. Kringetjes. De kat loopt op de rand en likt druppels van mijn schouders af. Ze miauwt. Ze klinkt bezorgd. Ik staar wat voor me uit. Dan klim ik weer uit het bad. Ook dit werkt niet. Mijn spiegelbeeld. Het lijkt wel op mij, geloof ik. Ik sjok nog wat in het huis rond. Nieuwe kleren aan. Ook weer kleren ná. Twee. Hoe lang voor ik de tel kwijtraak ?

Het was wel de juiste dag. Al de hele dag regent het pijpenstelen buiten. Het regent ook een beetje binnen. Lek. Alles is verkeerd. Zinloos. Eten is maar kauwen. Drinken gaat zonder smaak. Er is water op de grond. Natte voetstappen, regendruppels. Water is. Water is niet meer dan water. Het gaat blijven stromen. Ooit houdt het op. Tot die tijd zal het lopen, kringelen, druppelen, ruisen. Het zal wassen in de trommel en cirkelen rond het badputje. En morgen maakt het de koffie.

Ook zonder haar.

Niet bepaald een land


Verhaal door René van DensenDe vrouw zucht en spreekt tegen niemand in bijzonder: “Ik reis óveral ter wereld. Écht overal. Maar nergens, nérgens is het zo erg als hier in Nederland. Echt hoor. Het is verschrikkelijk. Ik heb de trein al gemist want die viel uit. Dus dan nam ik deze om de aansluiting zometeen te halen, maar die ga ik ook missen. Dus dan zit ik daar, een half uur. Op station Eindhoven. Alleen in Nederland kan dit. Ergste land ter wereld. Maar ja, lekker privatiseren he. Ik bedoel, twee centimetertjes sneeuw en alles gaat mis. Ze kunnen er niks van.” Haar stem is scherp en hakt luid in het rond. Hakt in op stille, berustende oren.

De man met de jas met het logo van een grote supermarktketen knikt weemoedig ja. Hij draagt veiligheidsschoenen en een broek die getuigt dat hij het meeste van de dag buiten moet werken. Maar het is een feit. De trein is tien hele minuten vertraagd. En we staan voor een rood sein nu. Het is een ramp. Niemand weet hoe dit nog ooit goed gaat komen. Dat het treinpersoneel een uitleg omroept, doet niets af aan het grove onrecht dat ons is aangedaan. We staan immers al in het tussenstuk van de coupé, klaar om uit de deur te stappen. Ik sta niet, ik ben gaan zitten. De vrouw staat. Ze knijpt woedend in de metalen paal. Ik zie het aan haar knokkels.

“Het is echt ongelofelijk. Alleen in Nederland kan dit. Kom, dat is toch zo ? In geen énkel ander land maken ze er zo’n prutsboel van. Schandalig, dit.”

Ik schraap mijn keel en spreek zachtjes. “Ik moet u toch tegenspreken, mevrouw. Ik woon in België en daar is het toch net wat vaker mis met de treinen dan hier.”

Ze kijkt me even verbaasd aan. “Ja. België. Ik moet toegeven, als ik het heb over andere landen, dan heb ik het niet over België, nee. Dat is nou niet bepaald een land waar ik zeg maar vrijwillig heen zou gaan.” Ze lacht schamper. Stil denk ik: België dankt u.
Ze keert zich naar de jaknikkende medepassagier: “Maar echt, óveral hoor. Zwitserland. Met twee meter sneeuw. Rusland, Noorwegen, noem maar op. Zelfs in Zuid-Amerika.” Ze snuift en grijpt het handvat van haar donkerroze rolkoffer steviger vast. Haar knokkels kleuren wit.

Na het uitstappen zie ik de vrouw exact nog éénmaal. Ze houdt de mensen met haast achter zich op door met haar rolkoffer middenop de roltrap stil te staan. Verstoord kijkt ze voor zich uit naar dat rotnederland.

Artiesten


Verhaal door René van DensenIk woon in een wijk waar veel artiesten zeggen graag te wonen. Net als hen woon ik hier vooral omdat mijn woning in deze wijk wel betaalbaar is. De artiesten in mijn wijk zeggen de wijk de leukste wijk van de stad te vinden. Wanneer de artiesten hun huis moeten verlaten en in een andere wijk gaan wonen, is dat de leukste wijk van de stad. Ik durf ’s avonds in bijna heel mijn wijk alleen over straat te lopen en dat is ook al heel wat.

De artiesten bellen aan mijn deur. Wanneer ik niet opendoe omdat ik eigenlijk heel fijn lig op mijn bank kloppen ze hard op de ruiten. Omdat ik bang ben dat de ruiten breken en ik vannacht in de kou moet slapen, doe ik open. De artiesten zeggen dat ik meer van de wijk moet houden, ik haal in antwoord mijn schouders op. De artiesten zeggen dat ik mezelf ook artiest moet noemen om te zorgen dat er meer artiesten in de wijk zijn. Ik vraag of er niet genoeg artiesten in de wijk zijn, wat de artiesten niet op prijs stellen. Het is hier een artiestenwijk, zeggen de artiesten.

Even later ben ik artiest en zit ik terug op mijn bank, nu een artiestenbank. Mijn kat, eveneens vanaf nu artiest, kijkt me aan. Ik vraag de artiestkat of we een artiestenduo zijn. Mijn kat artiest een miauw en besluit wat artiestenbrokjes te gaan eten. Ik artiestenkrab wat aan mijn artiestenbuik. Ik vraag me af of ik artiest moet blijven en hoe lang. Misschien moet ik nog eens gaan kijken waar ik de verhuisdozen had opgeborgen. Maar eerst een artiestenbiertje.