augustus 2015

Schrijvermoe


Nee, ik ging niet ‘ook iets doen’, verzekerde ik mijn gezelschap. Niet op dit festival. Ik heb schrijversvrij. Dat komt goed uit, want ik ben een beetje schrijvermoe. Ook zou later mijn laptop overlijden. Maar dat wist ik op dat moment nog niet.

Nee, ik was er om te komen luisteren naar schrijversvriendjes. Of blijkbaar: om bezweet aan te komen op een fiets met slappe banden, precies nadat ze klaar zijn met optreden. Om dan in ieder geval pintjes te drinken. Veel pintjes, want de schrijversvriendjes komen met schrijverhoeveelheden schrijverpintjes aanzetten. Een schrijvermens zou er nog schrijvermoe van worden.
Lees meer

Wie denk je dat je bent

Dit is gewoon mijn week niet, denk ik berustend terwijl zijn hand mijn keel grijpt. Zo sta je in een lange rij voor de geldautomaat, zo staat er een groep opgefokte kindjes – jongeren mag dit groepje amper heten – oorlogsverklaringen naar je te brullen. Omdat ze zelf voordrongen en jij het lef had er iets van te zeggen.

“Wie denk je dat je bent,” spuugt hij in mijn gezicht, dreigend zijn kop voor de mijne. Ik hou mijn rug recht en zeg kalm terug dat ik denk dat ik iemand ben die in de – hij onderbreekt me en schreeuwt wie ik denk dat ik ben, alsof ik zijn vraag niet gehoord heb. Ik verlies iets van mijn resterende kalmte en brul: Ik denk dat ik iemand ben die gewoon net als iederéén in de rij stond, lul !
Lees meer

Opnieuw proberen

Je weet dat het foute boel is, zodra de bakstenen uit de huizen naast het spoor de lucht in gerukt worden. Zelfs als je tot dan toe niet zag hoe donker het werd buiten. Als een dreigende mensenmassa dromt een duistere wolkengroep zich boven de coupé. Toch maar even één oortje uit je oor plukken en luisteren of er iets omgeroepen wordt.

Gekraak uit de speakers. Aan weerszijden van de trein vliegen nu ook de huizendaken de lucht in. Hele bovenverdiepingen worden aan stukken gereten en vallen tegen de zwaartekracht in. Met een voorzichtige blik probeer ik te zien waar de restanten van de bouwwerken zoal heen vliegen, maar het is vooral erg donker. Het is dwarrelende stenen en gruis en huisraad, en dan dikke lagen aquarelzwart.
Lees meer

Halloweenbundel

Ik meld het wat later dan sommige andere auteurs, maar nog ruim voor het boek uitkomt: althans, hij staat blijkbaar gepland op 15 september a.s. Dan verschijnt “Allerheiligen, bezeten woorden” bij Uitgeverij Heimdall (Allerheiligen, Bezeten Woorden | Uitgeverij Heimdall | 15 september 2015). Zaterdag 3 oktober wordt hij gepresenteerd. Alles ruim voor Halloween oftwel 31 oktober. Griezelig ruim op tijd. Zeg maar zo ruim op tijd dat je er makkelijk achtendertig zombies, zeventien glitterende vampieren, drie ruiende weerwolven en een obees Monster van Frankenstein tussen zou kunnen passen. Met ruimte voor broodjes kaas en koffie. Enfin.

Er zitten 21 zeer verschillende dichters in de bundel, waaronder ondergetekende. De twintig andere auteurs zijn Michelle Andon, Bianca Hazenberg en Gehrard Burgers, Jack van Hoek, Nanna Dillen (tevens voorwoord en redactie), Wouter van Heiningen, Hans F. Marijnissen, Liesbeth de Blécourt, Richard Laan, Magda Thomas, Rick van der Made, Mattie Goedegebuur, Gerhard te Winkel, Ilse Vandenbussche, A.H. van der Elst, Martijn Adelmund, Daan Taks, Ruud Broekhuizen, Vincent Jongman en Derrel Niemeijer. Een uiteenlopend gezelschap, zacht gezegd, voor de nederlandstalige-huidige-poëzieliefhebbers. De bundel richt zich op een jonger publiek middels het Halloween-thema en er staat dus een gedicht van mijn hand in. Enkele exemplaren van dit boekje zullen te zijner tijd ook via mijzelf te bestellen zijn, als daar behoefte aan is. Snel bij zijn, ik zal er maar een paar van de uitgever opgestuurd krijgen, daarna moet u gewoon bij voorgenoemde uitgever zelf zijn. Het is geen heel griezelige man. Op zich is dat dan weer jammer.

Oh ja, om teleurstelling te voorkomen: er staat nogmaals maar één gedicht van mijn hand in dit boekje. En het is ook niet mijn eerste bloemlezing of zo. Hier ziet u een soort van overzichtje.

Festivalding (3)


Overal zijn mensen, overal zijn ogen. Met gescheurde, vieze lappen stof aan ons lijf en vegen in ons gezicht bewegen ik en mijn geliefde ons behoedzaam door het kamp. Het is puur overleven geworden, proberen de volgende dag ook te halen. Rond ons heen loerend zitten we samen de wacht op ons kleine hoekje in deze wildernis. Vaag herinneren we ons de beschaafde wereld van weleer. Andere tijden. Morgen is de nieuwe horizon.

We communiceren met grommende, algemene geluiden. Taal zijn we vergeten. Als iemand ons kampement nadert, krijsen we luid alarm. Gehurkt en geschrokken wacht de indringer af. We staan schouder aan schouder voor onze voorraad. Aarzelend graait hij in zijn modderige lompen. Ik ben klaar om in actie te springen als hij een wapen trekt.
Lees meer

Festivalding (2)

Op het festivalding zijn heel veel optredens en andere gekke activiteiten te bezoeken. Teveel om allemaal te zien en te horen. Daarom rennen de lokale campingkindjes rond en jengelen rond me als ik katerig naar het toilethok sjok. Ze bieden aan om dingen voor me te bezoeken en te beluisteren. Voor een klein bedrag kunnen ze zeker zes bands voor me gaan luisteren, of een workshop bergklimmen in de sauna volgen, wat ik maar wil.

Ik sta stil. Het is eigenlijk pas dag een van het festivalding en ik heb nu al geen zin meer. De kindjes roepen nog wat extra aanmoedigingen. Ze hebben honger naar geld. De deal klinkt me niet gek in de oren. Mijn vriendin is ergens zich al uitgebreid in het feestgedruis aan het storten. Ik ben nog lang niet zo ver. Als de campingkindjes alles voor me bezoeken, kan ik lekker bij de tent een boek lezen en een biertje drinken. Of toch in de tent, want het regent verdomme alwéér. Ach. Slechte ogen heb ik al.
Lees meer

Festivalding (1)

Ze is nogal eigenwijs, dus dat ik zeg dat ik niet van feestjes en festivals ben, wil er niet in. Ik moet mee. Naar een festival dat door gigantische hoeveelheden mensen bezocht wordt. Ik word al zenuwachtig in een kleine bruine kroeg zonder lege stoelen. Dus dit gaat goed aflopen.

We zitten in een volgepropt oud Lelijk Eendje en denderen over modderige wegen. Het regent. Op dit festival schijnt het altijd te regenen. Hittegolf ? Zolang dit festivalding er middenin valt, valt het wel mee. Het voorwiel van ons Eendje glibbert in een slijkput. Geen cliché blijft me bespaard, bedenk ik me, als ik achter de wagen sta te duwen en de modder zich spattend op mijn kleren slingert.
Lees meer

Scheef

De dag start scheef. Ik haat het wanneer dat gebeurt. Dan sta ik bijvoorbeeld vroeg op, maar bij het douchen moet er iets gerepareerd worden en dat lukt natuurlijk niet en gefrustreerd blijf ik ermee doorgaan en voor ik het weet loop ik achter op schema. Slaapdronken én voor niks. Dan is heel de dag eigenlijk al kapot.

Een verstandig man kruipt dan terug in bed en ziet morgen wel weer. Ik ben geen verstandig man. Of liever, dat hebben de mensen liever niet van me. Mensen houden niet van verstandige mannen. Mensen willen mannen die zich grijs en vermoeid in treinen hijsen en over trottoirs voortslepen naar een geestdodende baan van negen tot zes. Die bammetjes eten in de lunch en vergeten zijn te vragen waar hun leven heen is verdwenen.

Als compromis pak ik mijn dekbed mee onder mijn arm de trein in. Ik zoek een vierplekkenbank uit en strek mijn benen. Dan wapper ik de deken uit over de vier zetels. Mijn jas is een prima hoofdkussen. Ik slaap. De hele coupé kijkt ongetwijfeld toe. Maar mijn dag is toch al scheef.