Tweevijftwee en tweevijfdrie

A.L.SnijdersZo sta je op zaterdag lekker rustig op. Koffie’tje, knus in de dekens, zonnetje komt rustig op buiten: top ochtendje zo. En dan zie je op Twitter dat, oh ja, die A.L.Snijdersprijs, dat was blijkbaar vandaag. Ach, ik deed toch al niet meer mee, dus was ik extra blij dat ik lekker thuis zat. Mijn goede vriend Joubert heeft blijkbaar derde prijs gewonnen. Proficiat, maat ! En dat meen ik. Zijn uitgever zal ook blij zijn: zoiets zet je natuurlijk vol trots op de kaft van zijn volgende boek (begin 2015).

Toen ik al niet bij de longlist bleek te zitten, vroegen mensen me welke van de 1200 verhaaltjes van mij waren. Ik deed expres geheimzinnig en zei dat ze moesten stemmen op het verhaal dat zij het beste vonden. De meeste andere schrijvers riepen massaal hun lezers op om op verhaal nummer zoveel en zoveel te stemmen, maar ik niet. Nu de prijs uitgereikt is, zal ik het maar zeggen: van mijn hand waren 252 en 253. En hieronder publiceer ik ze nog even opnieuw. Verhaal 1 heeft in iets langere versie op deze site gestaan, verhaal 2 stond in Prozacstad: Je Bent Er.

252 Wellesnietesfeest

Elk jaar is het weer raak in de plezierhaven. Het gemeentebestuur is het beu. Soms begint het aan de linkerover, soms rechts. Plots staat daar een Boze Man. Die begint te roepen. Aan de overzijde verschijnt een Boze Overzijdeman, ook roepend.

Bij beiden voegt zich al vlug een menigte. Maandenlang bergt iedereen in de directe omgeving zich. Vlug worden ‘hetisweerzover’-vakanties geboekt, familie in andere steden krijgt lange, onaangekondigde bezoekjes, pretparken zijn vol van roepvluchtelingen.

Aanvankelijk zocht het gemeentebestuur naar inhoudelijke argumenten. Immers: als de menigten roepen vanwege een maatschappelijk probleem, valt het wellicht op te lossen. Toen de gescandeerde kweste opgelost was, stond de menigte het jaar erop echter weer.

Het bestuur besefte: de kwestie is maar decoratie. De mensen willen brullen. Lekker samen in het eigen gelijk. Massaal individueel iets vinden. Een progressieve, ambitieuze jonge wethouder bedacht een lumineuze nieuwe traditie.

En dus startte afgelopen zomer, het eerste Wellesnietesfeest. De eerste die startklaar aan de kade staat, mag ‘WELLES’ roepen. De andere kade roept ‘NIETES’. En zo gaat het feest door, tot de jaarwisseling. Dan gaat iedereen weer naar huis en is het weer een maand of zeven, acht wachten.

Het festival enthousiast ontvangen. Ook buitensteedse toeristen kwamen kijken. Wellesnietesfeestgangers werden op TV geïnterviewd. Presentatoren riepen jolig mee: “Welles! Nietes!” en het publiek kirde in koor. Applaus. Welles, nietes!

253 Thee

Hele liters thee werden er dagelijks door dat keelgat gejaagd. Soms stond hij er zelf versteld van hoeveel ze kon drinken van het warme goedje. Het ene doosje na het andere belandde leeg in de oud-papierbak. Gedachteloos schonk ze kop na kop vol. En al even gedachteloos goot ze kop na kop leeg, dat keelgat in.

De smaakjes konden ook niet dwaas genoeg zijn. Rozebottel-brandnetel. Salmiak met munt. Gecarameliseerde peer. Lentebloesem met herfstbladeren. Met whisky aan zijn lippen keek hij toe hoe weer een nieuw smaakje uitgeprobeerd werd. Hij dronk altijd hetzelfde. Merk- en smaakvast. En in heel bescheiden hoeveelheden. Hij kon makkelijk drie uur genieten van zijn glaasje single malt. Dat hoorde ook zo. Ondertussen verdween, achteloos, pot thee na pot thee.

Vandaag stond er een doosje met “het geheim van Toetanchamon” op het aanrecht. Half leeg al. Hij krabde aan zijn buik en zocht naar koffie. De koffie was uiteraard op. Overal stond enkel thee. De keukenkastjes waren veroverd door de theedoosjes. In agressieve kleuren gromden ze hem toe, vastberaden hun zuurveroverde territorium tot de laatste snik te verdedigen. Het zou niet lang meer duren voor hij vertrok, besefte hij ineens.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *