Altijd als hij een bepaald aantal biertjes gedronken heeft, volgt er kritiek van mijn vriend. Het magische aantal is vier. Ik drink meestal ongeveer tegelijk met hem op, maar bij mijn magische vierde biertje merk ik dat ik dingen vrij laconiek binnen kan laten komen. Om vervolgens daarop te reageren alsof ik meen wat ik zeg, alsof ik me iets ervan aantrek.
Nu meent hij dat ik ontzettend braaf ben. Retorisch vraagt hij waar dat vandaan komt. Het interesseert hem helemaal niet waar het vandaan komt, en het woord braaf is ook maar een poging om mij te prikkelen. Ik vind het prima dat hij me braaf noemt, zoals ik het ook prima vind dat ik door anderen juist het tegenovergestelde genoemd word.
Mijn vriend is een doorbrekend schrijver die meent dat de wereld vol zit met laffe, achterbakse of brave schrijvers. Hij is de enige uitzondering. En daarom krijg ik ervan langs, want ik blijf te braaf in wat ik schrijf. Veel te veel zo, zelfs. Ik krijg het idee dat mijn vriend meent dat ik me moet schamen, maar aangezien ik toch maar wat aan schrijf, boeit het me niet echt dat iemand het te makvindt.
Ik wenk de terrasbediende om mijn vijfde bier. Genoeg magie voor vanavond, nu ga ik gewoon mezelf het bed in drinken
Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad: Je bent er”
In 2014 bracht René van Densen zijn collectie ZKV’s (of Zeer Korte Verhalen) in een ZDB (of Zeer Dun Boekje) uit dat NZD (Niet Zeer Duur) was. Hierin las je de eerste avonturen van de bewoners van het misschien niet super fictieve stadje Prozacstad, waar de Opperpater altijd stabiel en soepel blijft en een vrouw met een brief in één hand en de rode draad in haar andere, van de eerste tot de laatste pagina het boek doorkruist. Het boekje verscheen slechts in een beperkte oplage (50 ex) in eigen beheer en is allang uitverkocht, maar op Google Play kun je het nog als ebook kopen en lezen. Dan begrijp je misschien ook beter waar het verhaal hierboven op sloeg. Tenzij je het koopt en niet leest, natuurlijk. Dat mag op zich ook prima, ook die centjes zijn gewoon welkom, daar doe ik niet kinderachtig over.

