Werkeloos zitten ze met
de handen in het weinige haar dat
ze nog hebben na decennia in de
smiezen houden wat u doet
Intelligentie was altijd al ver te zoeken bij
de grijze geesten die met feitjes en cijfertjes over
uw beweegredenen en motieven voor nog te
plegen daden zaten te calculeren
Waar ze eerst nog noest konden zwoegen voor
regeringen die de beheersing van hun staat voor
ogen hadden en het volk in toom wilden houden door
hun levens minutieus te bestuderen
Kunnen ze er nu niet bij dat u alles vrijwillig met
de hele wereld deelt terwijl het kapitalistisme zich
lachend naar de bank rijk rekent op uw informatie
en staren melancholiek naar uw facebook snoet.
Dit gedicht verscheen in
“U Mag Mij Wegstemmen”
In een reeks dichtbundels moet er altijd één het debuut zijn, en René van Densen besloot meteen van wal te steken met een titel die ironisch en zelfrelativerend is. Het is niet eens zijn dichtbundel maar een duo-dichtbundel samen met Bob ‘Bobadas’ Minne, die met zijn zevende dichtbundel al fors de diepgang in ging. De afbeeldingen op beide kaften tonen dan ook de stationstrap in Roosendaal – tussen Gent en Tilburg de halfweghalte – waar Bobadas’ kaft van boven naar beneden ‘kijkt’ en Van Densen’s kaft van onderaan naar boven.
Maar René had al een flink arsenaal aan podiumteksten en daar zitten achteraf nog best een paar aardige teksten bij, die de tand des tijds aardig doorstonden.


