René leest voor

Verveling

Ik zie op een tweedehandssite iemand die een collectie badeendjes aanbiedt. Ik kijk naar de foto en vind dat het weinig voorstelt. Ik besluit een bericht te sturen. Om de aanbieder een prutser te noemen. Een amateur. Dat noem je toch geen verzameling. Ik stuur een foto van mijn badeendjes mee. Ik heb er meer dan zevenhonderd, in grote manden, in de badkamer staan. Ik schrijf: dat is pas een verzameling. Ik hou me in en stuur niet na dat hij een prutser en een quitter is. Ik ben in een lieve bui vandaag.
Lees meer

Groot bedrag

Weet je wat ik zou doen, mocht ik ineens een groot bedrag winnen ?

Scène: mijn busgenoot kijkt me aan met een vermoeide ohneewatnuweer-blik. De blik is er één van iemand die me duidelijk al een tijd kent.

Ik zou die instrumentenwinkel daar binnen lopen, en dan zo’n ukelele van veertig euro kopen. Dan naar buiten lopen en die op de stoep voor de zaak aan gruzelementen slaan op de kasseien. Vervolgens terug naar binnen lopen en vragen om een nieuwe te kopen. Hoeveel denk je dat ik er zou kunnen kopen voor ze het niet leuk meer vinden ? Ik denk drie.

Scène: rollende ogen en een zucht, schouderophalen. Na een beetje twijfel een gok: vier ?
Lees meer

Terug

Ik zie de stad wegtrekken. De betonnen torens, als grauwe klauwen in een grijze lucht, weerspiegelen op de rails. Ik ga terug. Ik was er, en nu ben ik er niet meer. Dag, mensen die ik ooit kende, het was tof jullie weer te zien. Als een geïnformeerde tourist die zijn vakantiehuisje weer verruilt voor waar thuis is. We hebben bijgepraat en moeten zeker eens afspreken binnenkort.

De meute was zo vriendelijk om me naar het station te brengen. Ik moest beloven nooit meer over Prozacstad te schrijven. Ik beloofde dit, want beloftes onder bedreiging tellen niet. Zo kwam ik met slechts enkele kleerscheuren de stad weer uit.
Lees meer