Brood

Het regent
mannen
uit de
hemel

Of minstens
vanaf
La Hilton
in Parijs

Maar
zonder Herman,
zonder Herman.

Nee,
Brood niet !

Brood
moet spelen.

Wachten

We keken ooit

of we er dieren in zagen
in plaats van:
– Nucleaire dreiging;
– Chemtrails;
– Armageddon; of, godbetert:
– Dat het vast weer
gaat regenen.

Geduldig kijken ze toe:
– De konijnen;
– De schapen;
– De draken; en, godbetert:
– De gevleugelde eenhoorns.

Want ooit kijken we,
nog, éénmaal en vermoeid,

En herzien we ze weer.

Ze wachten wel.

Kant noch wal

Tart uw vrijheid
En oer een knal
Ondervraag uw fundamenten
Of mol een mal

Laat uw blikken nakijken,
Lift een dal of
Sloop een piek en
Graaf in het stof

Voel eens verbonden !
Het is wat apart.
Weet je zeker dat we dit konden ?
Vanaf de start ?

Wie is het hart in de leer ?
Of plooit een ont in dit land ?
Digits zijn maar vingerkootjes
Of is er toch méér aan de hand ?

Stapt u beter aan de kant
Als u geen vrijheden tart
Besef u wel, wat een bof:
Het interesseert u kant noch wal.

Lek

In een zee van onzekerheid
doorklieft mijn boeg de
beklijvende dagen
en ik hang mijn hand

De dagen ontglippen
spartelend mijn grip

Kompasnaald
draait zich duizelig
want alle windrichtingen
kunnen nog ontknopen

Als het schip
maar niet
zinkende was.

Ik vraag het lek
hoe lang het nog duurt

Maar dat laat mij
in zijn eigen vaart
naar buiten slippen.

Traanden

Maar de bomen,
die mochten blijven

En met stille takken
traanden zij
om wat was
en nu weg

Om het gevoel te
versterken

Tilde aan hun
wortel
een hondje
zijn poot op.

Ik lees je

Ik lees je
maar niet uit

Ook niet
spieken naar het
einde, vooruit

De eerste
regels vlug, maar
inmiddels woord,
nee, letter

Voor letter
lekker

Mijn vingertoppen
beroeren je
scherpe randjes

Plukken aan
de iets te rechte
kantjes

En samen
verdwijnen we
tussen jouw
kaft

Anders

Dat het toch
zo verdomd veel
lijkt

Op die wereld
en die tijd
waarin

Een iets andere
zon scheen en
andere honden
blaften en andere
uitlaatgassen stonken

De slager
andere plakjes
worst gaf aan
andere kinderen

De straatnamen
die echt geheel
anders klonken
wanneer ik ze las

En dat ene pad
dat ik nooit meer
in hoef te slaan

En waarin geen
zekerheid is of er
nog iemand boter
op een eierkoek
smeert

Hoe ik in hier,
waar alles anders is,
beland ben?

De weg terug
is kwijt

En zwijgend
verwijder ik dan maar
je niet meer geldige
telefoonnummer.

Brabant

De Randstad, och, die loopt er toch
de kantjes achteraf
Die stomme rand, die kadert niks
die is onaf abstract

Dat Brabant, och, dat spoort zich wel
maar kont dus nooit eens af
En dat het steeds weer implodeert
dat is toch knap compact.

Bijna uit

Hongerig
klauwt de vlam
aan de restjes

want van een kaars
is amper nog
sprake

roer- en
vormloos vloeit
de smeltbrij wat, en

weinig herinnert meer
aan de trotse fiere
kaars die was

sterker, zelfs
de vlam had liever
dat deze wanhopige

houdgreep afgelopen is
maar klauwt nog even:

Bijna uit.

Meededeelingh van algemeen nut

Geachte heer

/

mevrouw,

het verheugt
mij u te mogen
mededelen dat

vanaf heden
de productie
der verzen
en gedichten

door aangescherpte
regelgeving

eenvoudiger en
tegen lagere kostprijs
kan verlopen

nu de regelgeving
het als onwenselijk
stelt dat het woord
zin heeft

al is het voor
de grammaticafanaten
een gruwel gebleken

dat een punt nu
helaas ook
ontbreken zal